Posts tonen met het label referendum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label referendum. Alle posts tonen

zaterdag 23 februari 2019

  Ondergang van het referendum in Europa?


 (Doorbraak, 29 november 2017)






Op donderdag 16 November organiseerde de Universiteit Antwerpen een “Current Affairs Debate” met als titel: The Rise and Fall of Referendums in Europe (and Beyond): The Law and Politics of Secession and Self-determination (“De opkomst en ondergang van referenda in Europa [en daarbuiten]: de wet en het beleid omtrent afscheiding en zelfbeschikking”). Aanleiding was de Catalaanse afscheidingscrisis en, meer algemeen, de recente afscheidingsreferenda op de Krim (2014, “ja”), in Schotland (2014, “nee”), in het Verenigd Koninkrijk (uit de EU, de zogenaamde Brexit, “ja”), in Iraaks Koerdistan (“ja”) en, inderdaad, in Catalonië (“ja”). Tel er, in dezelfde sfeer, tevens de referenda voor meer zelfbestuur in de Noord-Italiaanse regio’s Lombardije (“ja”) en Venetië (“ja”) bij.



Concreet zou het gaan over “hoe natiestaten en het internationale systeem omgaan met oproepen tot zelfbeschikking en afscheiding in de 21ste eeuw” en over “wat het internationaal recht hierover te zeggen heeft”. Inleider en moderator werd prof. Koen De Feyter, die aan de UA internationaal recht doceert. 





Partijdig



Op de officiële uitnodiging werd echter al meteen partij getrokken. De genoemde referenda heetten daar “de opeenvolging van gebeurtenissen die een bredere tendens belichamen van een populistisch schema dat zowel een symptoom is van [de nood aan], als een formidabele uitnodiging tot het beheer van de diversiteit en de inwendige economische ongelijkheid”. Doorslaggevend is hier immers de term “populisme”, die ver van neutraal is. Het is een “gewapende” naam voor democratie, gebruikt wanneer men die wil zwart maken maar aarzelt om zich frontaal als “anti-democraat” te afficheren.



Er is in de titel bovendien sprake van de “neergang van referenda”. Daar is nochtans geen enkel teken van, bv. bij het Catalaanse was er een meerderheidsopkomst, anders dan bij de meeste EU-verkiezingen, en een grote meerderheid pro onafhankelijkheid. Het Spaanse repressie-apparaat heeft het willen dwarsbomen en diens belgicistische bondgenoten bij De Standaard en Knack hebben het met alle middelen willen ontkennen, maar de cijfers liegen niet. Die “neergang” is een poging tot negatieve sfeerschepping vanwege het verzuurde belgicistische en eurocratische bestel dat niet met zoiets onbestuurbaars als de uiting van de volkswil wenst lastig gevallen te worden.



Er is alleen een “neergang” in deze zin dat de partijgangers van de status quo niet langer pretenderen, “wel pro democratie te zijn, máár...”.  Vandaag maken zij het beginsel van de rechtstreekse volkssoevereiniteit openlijk zwart met het aloude argument tegen elke democratie: “...de massa is te dom om ernstige beslissingsmacht aan toe te vertrouwen.” Sommigen proberen wel nog de leugen dat de Catalaanse meerderheid niét voor onafhankelijkheid gewonnen is, maar dat alleen bij wijze van voorspel. Eens jehen de cijfers onder de neus duwt, gaan zij tegenwordig moeiteloos over naar het verketteren van de volkssoevereiniteit zelf. Op eerdere bijeenkomsten over politiek denken heb ik al vaker kunnen vaststellen dat de heersende mening in die kringen zeer de neus ophaalt voor de referendumdemocratie, wellicht omdat zij zich deel voelen van de heersende klasse die meer heeft aan despotisme.    

 

 Daarom was ik blij verrast met het panelgesprek zelf. Daar nam iedereen de instelling van het referendum als een legitieme vanzelfsprekendheid aan. Dat prof. Vincent Scheltiens (Politieke Geschiedenis, UA) over het Catalaanse geval informatief doch neutraal bleef, bewijst misschien alleen dat hij een lauwe Vlaming is. Maar van de etnische-Turkse doctoranda Gamze Erdem Türkelli (UA Rechten) en de etnisch-Albanese prof. Qerim Qerimi (UA/Harvard Rechten, maar met basis in Pristina, Kosovo) had ik meer onverholen partijdigheid verwacht. Maar nee, hadden we hun etniciteit niet gekend, we hadden hun privé-overtuiging uit hun uitleg niet kunnen afleiden. Qerimi had eerder al wat pleidooien pro Kosovo gepiubliceerd, maar hier schetste hij gewoon de rechtskundige feiten. Ook de moderator liet zich niet op een als wetenschappelijk verpakte meningsuiting betrappen.





Referendum onontbeerlijk



Te onthouden valt dat in het internationaal recht een gewonnen referendum als noodzakelijk maar niet voldoende geldt voor een onafhankelijkheidsverklaring. In de praktijk zijn er maar weinig landen in staat om zich aan die regel te houden, zie de pogingen tot militaire sabotage van het referendum en de repressie tegen de “schuldigen” eraan in Catalonië. Het Verenigd Koninkrijk is een zeldzaam voorbeeld van de democratische aanvaarding van de stembusresultaten, en is daar in het Schotse referendum trouwens voor beloond met een uitslag pro Unie.  Oekraïne en Irak nemen het minder sportief op, maar er is nog een voorbeeld van hoe het hoort, iets minder bekend en verder van huis: Zuid-Soedan, dat na een lange bloedige oorlog de onderhandelde vrijheid kreeg om zich, na referendum, af te scheiden uit Soedan.



Er waren  trouwens een aantal Afrikanen opgedaagd om juist het geval Zuid-Soedan aan de orde te stellen. In 2011 vond daar een referendum plaats, dat in uitvoering van een vredesakkoord met de Soedanese regering uit 2005. Er kwam ruimschoots meer dan de vereiste 60% opdagen, met ruim 98% van de stemmen vóór de onafhankelijkheid,. Enkele maanden later werd Zuid-Soedan de jongste soevereine staat, zonder bezwaar vanwege de vroegere moederstaat Soedan.



Kosovo heeft het zonder referendum moeten stellen omdat de EU en de VS sowieso besloten hadden om Servië te vernederen en de overwegend islamitische Albanezen een staat cadeau te doen. Het bezwaar dat Kosovo geen referendum gekregen heeft, is echter louter formalistisch: als er één had plaatsgevonden, zou er zeker een grote meerderheid vóór de onafhankelijkheid gestemd hebben.



Zijn onafhankelijkheidsverklaring wordt in termen van mensenrechten gerechtvaardigd, zoals Qerimi hier uiteenzette, en is beslissend geholpen door de mega-smoes van een Servische “genocide”. Alleen kerstekinderen genre Marc Eyskens geloven daar nog in, de naaste betrokkenen hebben de smoes allang over de haag gegooid, maar ze heeft haar werk doeltreffend gedaan. Na de casus belli door het gefingeerde Spaanse “tot zinken brengen van de Maine” door de Spanjaarden (1898), door het Viëtnamese “incident in de Golf van Tonkin” (1964), en voor de “Iraakse massavernietigingswapens” (2003), was de niet-bestaande “Servische genocide op Albanezen” een smoes op maat om de de juiste sfeer te scheppen voor een tussenkomst van de NAVO-luchtmacht. Het enige zwakke punt aan de rechtskundige uitleg op de UA was dat hij zich tot het rechtskundige aspect van deze conflicten beperkte, terwijl dat altijd toch gedeeltelijk een speelbal van de machtsrelaties is.





Dekolonisering



Een belangrijk verwijzingspunt voor de voorstanders van onafhankelijkheid is de dekolonisering. Als we vandaag de vrijheidsstrijd van Ierland bekijken, vallen meteen gelijkenissen op met de onafhankelijkheidscampagnes in India, Algerije of Kenia. De Vlaamse slaapwandelaarsbeweging heeft maar zelden dat verband gelegd, en heeft daardoor bijvoorbeeld niet ingespeeld op de 50ste onafhankelijkheidsverjaardag van Kongo, wat nochtans een voortreffelijk voorbeeld was bij de leuze: “Los van België!”



Een zeldzame vogel die dat verband wél legde, was Mark Grammens. Hij wees er bijvoorbeeld op dat men voor Vlaams zelfbestuur niet hoefde te wachten op een wegsmelten van de verdeeldheid: alle bevrijdingsbewegingen zijn door verdeeldheid geteisterd, en toch zijn vele ervan geslaagd in hun opzet. Meer nog, hun onderlinge wedijver heeft vaak voor extra dynamiek richting onafhankelijkheid gezorgd.



Veel van de vandaag gehoorde anti-Catalaanse argumenten blijken in de dekolonisering weerlegd te zijn. De Catalanen moeten zich aan de Spaanse grondwet houden (zoals Wouter Beke en andere tsjeven beweren)? Nee, Indochina heeft zeker de Franse wettelijkheid geschonden toen het zich uit de koloniale greep losmaakte. De beslissing om zich nu eens niets meer van de koloniale wettelijkheid aan te trekken, is juist een kantelmoment in vrijheidsbewegingen, van het bedelen om kruimels naar het opeisen van de eigen soevereiniteit. Tenslotte trekt de kolonisator zich evenmin iets van de wetten van de opstandelingen aan.



Dat dekoloniseringsparadigma heet nu ten einde te zijn. De ruwe maar duidelijke regels van toen schijnen opgeborgen te zijn. Zich losmaken uit een moederland gold toen als gerechtvaardigd, nu als op zijn best betwistbaar. Dat is tenminste de eensgezinde mening van de moederlanden, terwijl de verweesde staatloze volkeren die een eigen staat willen, bijna geen vrienden hebben. Kunnen de Catalanen op de Vlamingen rekenen?

dinsdag 4 december 2018

Marrakesj en de toekomst van België







(Doorbraak, 4 dec. 2018).


Het Marrakesj-debat brengt twee grondvraagstukken op de voorgrond, van de politieke besluitvorming in het algemeen en van de Belgisch politiek in het bijzonder.



Volgens Wouter De Vriendt van Groen, tijdens het Kamerdebat over het Verdrag van Marrakesj, is het "goede democratische nieuws" dat er in het parlement een ruim draagvlak pro Marrakesj bestaat. Hij stelt een wisselmeerderheid voor, tegen de akkoorden tussen de regeringspartijen in, maar trouw aan de parlementaire machtsverhoudingen. Peter De Roover van de N-VA stelt daarentegen de eensgezindheid van de regeringspartijen voorop, dus het vetorecht van zijn partij tegen Marrakesj.



Beiden beroepen zich op particratische mechanismen waarin het beslissende democratische element ontbreekt: de wil van het volk. Parlementaire meerderheid al wat je wil, maar bij de bevolking is hiervoor zeker geen draagvlak. Hoewel zij iets anders pretenderen, “vertegenwoordigen” de gekozenen hun kiezers niet. Hier zie je in volle glorie de tegenstelling tussen de elitaire vertegenwoordigende "democratie" en de rechtstreekse democratie via volksraadpleging.


Je kan natuurlijk zeggen dat de bevolking er niets van begrijpt en onbekwaam is tot politieke besluitvorming. Dat argument hoor je ’t allen kant in het hedendaagse debat over rechtstreekse democratie, vooral over het Brexit-referendum. Men schijnt daarbij uit het oog te verliezen dat precies hetzelfde argument al sedert Plato gebruikt wordt tegen de democratie als zodanig. Wie tegen de volksraadpleging pleit, schrijft zich in in een duizendjarige antidemocratische traditie. Een doorgaans fatsoenlijke traditie, en ik wil hier zelfs niet uitsluiten dat ze haar deel van het gelijk heeft, maar noem ze dan eerlijk bij de naam: antidemocratisch. 



In het Belgische kader geldt als bijkomend argument dat het referendum de eenheid van het land bedreigt door de Vlaams-Waalse tegenstellingen op de spits te drijven. Dat is inderdaad gebeurd bij het enige Belgische referendum ooit, over de terugkeer van Leopold III op de troon: Vlaanderen stemde voor, Wallonië (althans Luik en Henegouwen) stemde tegen en aanvaardde de “Vlaamse” keuze pro de koning niet. Die tegenstelling was er toen, maar geldt niet noodzakelijk bij elke Belgische volksraadpleging überhaupt. Na referenda in Frankrijk en Nederland over de EU-grondwet was er even sprake van een Belgisch referendum. Dat was onder Guy Verhofstadt, de enige premier die, ere wie ere toekomt, zich ooit vóór rechtstreekse democratie uitgesproken heeft. Daarin zouden volgens alle aanwijzingen de Vlamingen zoals de Nederlanders en de Walen zoals de Fransen gestemd hebben, namelijk allebei tegen.



(Bij de parlementariërs waren beide kampen, voor en tegen zo’n referendum, ongeveer even sterk. Het was Spirit, de linkse afsplitsing van de Volksunie, die de beslissende tegenstem leverde. Dan wilde men op Vlaams niveau een gelijkaardig referendum, en in dezelfde krachtsverhoudingen was het de N-VA die de kantelstem tegen het referendum leverde. Dat de Vlaamse Beweging via twee van haar geledingen bij zulke gouden gelegenheid de volkssoevereiniteit geblokkeerd heeft, is mijns inziens niets om fier op te zijn.)



In een gebeurlijk Marrakesj-referendum daarentegen is het opnieuw mogelijk dat het de Vlaams-Waalse tegenstelling zal uitvergroten. We stelden zojuist dat er bij de bevolking volstrekt geen draagvlak bestaat, maar dat geldt in Vlaanderen. Ik heb mijn vinger niet op de pols van de Waalse openbare mening. Enerzijds is de migratiekritische stroming er sterker dan uit de parlementaire zetelverdeling blijk, gezien bv. de gemeten populariteit van Theo Francken. Anderzijds zal die stroming toch minder zijn dan in Vlaanderen, en bovendien keren vele Walen zich, ongeacht de grond van de zaak, tegen al wat met de gehate N-VA te maken heeft. Zo blijkt uit peilingen dat de afgetekende daling in de keuze van Waalse leerlingen voor Nederlands als tweede taal te wijten is aan de hernieuwde vereenzelviging van Nederlands met Vlaams-nationalisme, met name door de machtsdeelname van de NVA.



Een referendum zou dus kunnen aantonen dat Vlaanderen en Wallonië inderdaad twee democratieën zijn, twee maatschappijen die qua cultuur weinig raakvlakken hebben, qua politieke cultuur ook uiteengroeien (zie de toenemende Vlaamse “regelneverij” naar het model van de Hollandse keurigheid), en vooral qua politieke oriëntatie een heel verschillende kant op willen: het zelfbeschermende Vlaanderen tegen het opengrenzengezinde Wallonië, “terre d’acceuil”. Vlaanderen en Wallonië die hun eigenheid demonstreren en verder uiteendrijven: dat kan voor een Vlaamse onafhankelijkheidspartij toch geen probleem zijn?

  

Maar zelfs zonder referendum is dat uiteengroeien evident. Behalve mogelijk een minderheid binnen de MR (en die parlementariërs zijn gezien de particratie veel gedisciplineerder en minder onafhankelijk dan bv. in het Verenigd Koninkrijk) is heel politiek Wallonië verenigd pro Marrakesj. De tegenstand onder de mandatarissen zit uitsluitend aan Vlaamse kant. De Waalse fans van Theo Francken vinden geen Waalse tegenhanger. Een alerte Vlaamse Beweging zou haar kans grijpen.



Nogmaals: de wegdeemsterende en weinig strategisch denkende Vlaamse Beweging zal de Vlaamse onafhankelijkheid niet bewerken; maar een ingevangen rugwind vanwege een internationale ontwikkeling zou er wel toe kunnen leiden. Hier heb je zo’n internationale kwestie die de samenstellende delen van dit koninkrijk uit elkaar kan drijven. Maar is er onder de Vlaamse slaapwandelaars een alerte geest die deze open doelkans grijpt?