Posts tonen met het label N-VA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label N-VA. Alle posts tonen

donderdag 5 november 2020

De N-VA is het noorden kwijt over de islamterreur

 

N-VA noorden kwijt over islamterreur

Op de sociale media betuigen een aantal politici van het Bestel, onder meer premier Alexander De Croo, minister Bart Somers, en partijvoorzitters Egbert Lachaert en Meyrem Almacı, hun spijt over het ‘terrorisme’ dat Frankrijk en Oostenrijk getroffen heeft. Ook internationaal hebben de meeste rouwbetuigingen het over ‘terrorisme’ zonder de specifiëren wat de achtergronden zijn. ‘Islamistisch’ hoort men hier en daar nog net, alsof er daarnaast ook een gematigde en ‘Europese’ islam zou bestaan (wat deskundige Recep Tayyip Erdoğan ontkent: er is alleen ‘de’ islam), maar het woord ‘islam’ is in het hele politieke vertoog over het terrorisme taboe, behalve dan om de moslims tot slachtoffers van een nieuwe golf ‘islamofobie’ uit te roepen.

 

Partijstandpunten

 Nochtans waren de daders van de terreur in Parijs, Nice en Wenen heel duidelijk over wat hun beweegreden was: de islam en het voorbeeldgedrag van de profeet, die zijn hekelaars liet sluipmoorden of formeel terechtstellen, en die oorlog voerde tegen de joden. Zoals zelfs de braafste moslim riepen zij: ‘Allahu akbar!’

‘Er zijn nu eenmaal ook andere vormen van terreur, en daar zijn we evenzeer tegen’, zegt men dan desgevraagd. En dan verlegt men liefst de aandacht naar extreemrechtse activisme,  Dat islamterreur niet de enige vorm van terreur is (de succesvolste terreurcampagne was wellicht die van de anarchisten eind 19de eeuw, die staatsleiders van grootmachten wisten te vermoorden, onder meer een tsaar, een Amerikaans president en een Habsburgse keizerin), heeft ook niemand ontkend; zoals de Corona-kruisvaarders die de hele samenleving tegen Covid-19 mobiliseren, evenmin ontkennen dat er daarnaast ook andere dodelijke ziekten bestaan. Maar nú is vooral Covid aan de orde, zoals nú ook de islamterreur de agenda beheerst.

Het probleem stelt zich niet voor Ecolo, dat zonder aarzelen zijn kamp gekozen heeft: het bekritiseerde niet de islamitische moordenaars, wel Emmanuel Macron, die voor een beleidvoerder ongewoon moedig en rechtuit was in het benoemen van de schuldige ideologie, en dus als ‘islamofoob’ gebrandmerkt werd. Ook de andere partijen kunnen het mits wat platitudes weer laten overwaaien, terwijl het VB voorspelbaar stelling kan nemen tegen de islam en tegen het feitelijke opengrenzenbeleid (al durven weinig verantwoordelijken het nog zo noemen) dat de daders tot in Europa gebracht heeft. Het probleem stelt zich vooral voor de N-VA.

 

N-VA

Openheid van zaken: ik heb in 2011-13 voor een N-VA-senator gewerkt, mijn toenmalige vriendin kandideerde op een N-VA-lijst in de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, en ik was één van de honderdduizenden Vlamingen die vonden dat het de beurt was aan een fatsoenlijk-flamingantische partij om eindelijk iets voor Vlaanderen te verwezenlijken: voornamelijk vereenvoudiging en verzelfstandiging in de betrekkingen tussen de gemeenschappen, en een normalisering van het uit de hand gelopen migratie- en integratiebeleid. Ik ben nog steeds lid van de N-VA, maar samen met zovele leden en ex-leden (veel meer dan de partijleiding blijkbaar beseft) ben ik erg teleurgesteld in wat de partij ervan terecht gebracht heeft.

Zoals Marie-Rose Morel ook nadat ze in het VB in ongenade gevallen was, toch nog lang lid bleef van de partij uit solidariteit met ‘onze militanten’, zo wil ik de N-VA niet meteen opgeven omwille van een groot aantal partijleden die het hart wel op de rechte plaats hebben, en eigenlijk de kern zouden moeten vormen van een partij die wél de juiste koers aanhoudt. Ik denk met name aan een aantal mandatarissen van allochtone herkomst die voorbeelden zijn van goed geïntegreerde nieuwe Vlamingen met Vlaams zelfrespect, met name minister Zuhal Demir, europarlementslid Assita Kanko en kamerlid Darya Safai. Voor hen was de N-VA een voor de hand liggende keuze.

Bij officiële gelegenheden evenals via de sociale media nemen zij regelmatig standpunten in tegen gebruiken als besnijdenis van vrouwen en de (feitelijk door mannen rondom hen opgelegde) sluierdracht. Men zou denken dat de partij dit standpunt van ervaringsdeskundigen, dat bij uitstek bij de moderne Europese waarden aansluit, zou steunen. Dat de partij een beleid zou ontwikkelen dat weliswaar de godsdienstvrijheid hooghoudt, maar dat de macht van de herkomstlanden en clerici over hun kudde inperkt en dat bij de jeugd het wetenschappelijk temperament en de daadwerkelijke integratie in de Vlaamse samenleving aanmoedigt. Helaas, regelmatig laten N-VA-fracties in bestuursraden zich laatdunkend uit over met name VB-kritiek op die achterlijke gebruiken. Als naïeve inboorlingen tijdens de koloniale oorlogen laten zij zich door kleine stammenruzies van het verzet tegen de hoofdvijand afleiden, een trefzekere formule voor de nederlaag.

 

Tsjevenpolitiek

Toen het de N-VA nog voor de wind ging, ben ik uitgenodigd op onder meer het kabinet van minister Liesbeth Homans en bij europarlementslid Sander Loones om mijn licht over het thema ‘islam’ te laten schijnen. Bij enkele van mijn openbare lezingen over de islam waren toenmalige minister Jan Jambon en staaatssecretaris Theo Francken aanwezig. Voorzover ik het uit hun latere standpunten en beleidsdaden kan afleiden, heeft dat alleen voor Francken wat verschil gemaakt. Hij is het ook die, net als de genoemde dames, vandaag op sociale media (zijn enige forum nu hij minister af is) duidelijke taal spreekt: “Stop de moslimterreur.” Ook Kanko en kamerlid Anneleen Van Bossuyt treffen op de N-VA-webstek de juiste toon.

Goed gezegd, maar ik zou het liever uit de mond van tenoren als Jambon, Homans, Bart De Wever (die het ooit op ‘de Berbers’ stak om toch maar de werkelijke probleemfactor niet te moeten noemen) en Geert Bourgeois horen. Zij vonden, na de aanslagen in Zaventem en Brussel, dat de oplossing in ‘meer islam’ zou liggen, zij het dan een ‘Europese islam’. Die bestendigt het probleem alleen maar, want het is dezelfde islam die ook onze recentste terroristen ingelepeld is; er is er geen andere.

Dat soort tsjevenstandpunten zorgen voor stinkende wonden, en hoe langer hoe stinkender. Maar wellicht kijken politici niet verder dan de volgende verkiezingen? Goed dan, om hun electoraal taaltje te spreken: tsjevenstandpunten leiden niet alleen de volgende generaties naar de afgrond, zij leiden kortelings ook naar de electorale dieperik, zoals de evolutie van de tsjevenpartij illustreert. De uitdagingen zijn nu te ernstig voor halfslachtigheid, en die zal door de kiezer afgestraft worden.

zondag 1 november 2020

Trump zonder einde


Trump zonder einde

 

(Dit artikel, laatst ingediend bij Doorbraak op 30 oktober 2020, is in drie opeenvolgende versies door de hoofdredactie verworpen, twee keer zonder opgave van reden. Wel kreeg ik te horen dat de samenzweringstheorie van de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van 2016 niet als een samenzweringstheorie mag aangemerkt worden. In de geest waarin Doorbraak ooit opgericht werd, zou ik zeggen: de lezer oordele zelf.)

 

Telkens de rechtse pool in een land de verkiezingen wint, komt nieuwsanker Martine Tanghe met een grafstem de kijkbuiskinderen meedelen dat het nu om een ‘verdeeld land’ gaat. En dat is welbeschouwd ook juist: links bestaat uit slechte verliezers, die geen vrede nemen met minder dan de macht. Dit omdat links veel harder op politieke macht steunt in zijn kruistocht tegen de ‘foute kant van de geschiedenis’.

Zo ook in de VS. Donald Trumps verkiezing luidde vier jaar scherpe verdeeldheid in. De Democraten konden hun verkiezingsnederlaag niet verkroppen, en haalden in hun Impeachment-politiek de wildste samenzweringstheorieën boven. In 2020 kwam daarbij nog een even wilde geweldcampagne via hun extreemlinkse tentakels, en wel op basis van raciale propaganda. De dood in voorarrest van George Floyd werd, zonder enige aanwijzing, in het ideologisch verhaal van ‘systemisch racisme’ ingeweven, met de bekende gevolgen. Niet alleen werden tientallen moorden gepleegd tijdens door Democratische gouverneurs en burgemeesters gefaciliteerde ‘Black Lives Matter’-betogingen, maar blijkens officiële cijfers is ook daarbuiten het moordcijfer gevoelig gestegen.

 

Charlottesville

Joe Biden maakt zoveel mogelijk van de drie jaar oude gebeurtenissen in Charlottesville, waar wat nog overblijft van de neo-nazi’s en de Ku Klux Klan een betoging organiseerde. Ze hielden zich aan de opgelegde regels, waarbij de politie hen dwong om spitsroeden te lopen voor de tegenbetogers; die vielen hen dan ook aan. (Spike Lee’s film BlacKkKlansman doet verslag van die dag, maar verbloemt deze episode achter snel bewegende beelden om de schuld van het Antifa-kamp te verbergen.) Toch eindigde de dag redelijk geweldloos, tot een teleurgestelde rechtse betoger zijn auto in de linkse massa reed en een dodelijk slachtoffer maakte. De ‘Unite the Right’-actiedag werd een nachtmerrie, vooral voor de organisatoren, die zoiets niet gepland hadden en totaal hun gezicht verloren. Extreemrechts is nu eenmaal minder falanx dan extreemlinks, met een individualistische tegenzin om ordewoorden op te volgen en een noodlottige innerlijke dwang om aan de eigen opwellingen uiting te geven. Veel medelijden met deze anachronistische blockheads kunnen wij niet opbrengen, maar de manier waarop men er Trump in trachtte te betrekken, is veelzeggend. 

Hem neemt men kwalijk dat hij achteraf verklaarde: ‘There were good people on both sides.’ Hij gedroeg zich nu eens wél presidentieel en weigerde te polariseren. De meeste zogenaamd rechtse politici zouden zich gehaast hebben om braaf de linkerzijde na te zeggen dat alleen de rechterzijde schuldig was. Hij preciseerde wel dat die ‘good people’ niet de ‘white supremacists’ waren, maar degenen die gewoon  de geplande neerhaling van de standbeelden voor Robert E. Lee verwierpen. Het eren van de Confederatiegeneraals na hun nederlaag was deel van het verzoeningsbeleid na de Burgeroorlog, wat niet in het polarisatiebeleid van de Woke beweging past.

In het eerste verkiezingsdebat vroeg de moderator aan Trump om zich van extreemrechts te distantiëren, hoewel niet aan Biden om afstand te nemen van het pas nog door Democraten gepatroneerde extreemlinks. Dat deed Trump prompt, maar die zin is uit de meeste TV-besprekingen weggelaten. Daaropvolgend stelde Trump nog eens uitdrukkelijk dat hij in het heden vooral geweld van extreemlinks zag, wat gewoon juist is.

De nochtans partijdig-linkse bron Wikipedia, alleen betrouwbaar voor niet-betwiste onderwerpen, zegt hierover in zijn Engelstalige versie: ‘Terwijl Trump zowel neonazi's als blanke nationalisten veroordeelde, werden zijn eerste verklaring en de daaropvolgende verdediging ervan, waarin hij ook verwees naar 'zeer fijne mensen aan beide kanten', door critici gezien als een suggestie van morele gelijkwaardigheid tussen de blanke suprematiebetogers en degenen die tegen hen protesteerden, [en als] sympathiserend met de blanke supremacisten. Aanhangers hebben deze duiding als een "hoax" gekenmerkt, omdat de "fijne mensen"-verklaring van Trump uitdrukkelijk de blanke nationalisten aan de kaak stelt.’

 

Beleidsresultaten

Toekomstige generaties zullen zich verwonderen over de obsessie met de persoon van Trump, al het geëmmer over zijn lompheid en narcisme. Wij gaan een eind mee in de kritiek op Trumps persoonlijkheid, maar daarmee is het dan ook gezegd: het heeft geen politieke consequenties. Onder volwassenen focussen we liever op zijn beleidsresultaten, en op de vergelijking met de verfoeilijke implicaties van het voorradige alternatief. Ongeveer elke commentaar zou tegenwoordig het ten onrechte aan Eleonore Roosevelt toegeschreven maxime kunnen citeren: ‘Grote geesten bespreken ideeën, middelmatige richten zich op gebeurtenissen, en kleine roddelen over personen.’

In zijn jongste State of the Union, in januari jongstleden, ratelde Trump zijn vele economische successen af: indrukwekkende groeicijfers, laagste werklozencijfer voor Afro-Amerikanen en andere groepen, enzovoort. Democratisch Kamervoorzitster Nancy Pelosi beleefde vóór de camera’s een crescendo van woede en viel volledig uit haar rol door de tekst van zijn rede ostentatief te verscheuren. Laten we het echter niet over haar pubergedrag hebben, wel over die beleidsresultaten. Hij heeft blijkbaar toch iets goeds gedaan, en kiezers zouden, ongeacht hoe narcistisch hij is, de komende vier jaar nog eens dergelijke groeicijfers kunnen verkiezen.

 

Cultuurstrijd

Door tegen het links-vergoelijkende maar rechts-dramatiserende mediaverhaal in te gaan, toont Trump dat hij de cultuurstrijd af en toe ernstig neemt. Daarom ook dat hij snel een nieuwe kandidaat-opperrechter lanceerde en daarmee de linkse controle op het Hooggerechtshof doorbrak. Dat is precies wat bij de meeste rechtse ‘macht’-hebbers ontbreekt. In Vlaanderen heeft de N-VA nog niets gedaan om de drooglegging van talloze niet-multiculturele Vlaamse verenigingen zoals het Zangfeest ongedaan te maken. Trump maakt een einde aan de neoracistische indoctrinatiecursussen die het overheidspersoneel gedwongen ingelepeld krijgt, terwijl men hier het per definitie anti-meerderheid Minderhedenforum blijft subsidiëren. Trump treedt tenminste op tegen die haatzaaierij.     

Dat Trump warempel van ‘antisemitisme’ beschuldigd wordt terwijl zijn schoonzoon en rechterhand zelf Jood is, en terwijl hij diplomatiek veel gedaan heeft voor de verplaatsing van ambassades naar Jeruzalem en de aanvaarding van een Joodse staat door Arabische landen, zet maar in de verf hoe onder zijn vijanden alle rede zoek is. Ook met de zwarten is hij destijds als zakenman altijd normaal omgegaan; mocht er daarop in zijn altijd zeer openbare leven iets aan te merken geweest zijn, hadden we dat allang op de voorpagina’s gelezen. Hij behoort gewoon tot een samenleving die het racisme grotendeels ontgroeid is, tot chagrijn van de neoracisten.

Op het wereldtoneel heeft Trump een einde gemaakt aan de sabelslepende VS-bemoeizucht. Barack Obama kreeg al bij zijn aantreden de Nobelprijs voor de Vrede, om dan in Libië en Syrië oorlog te gaan stoken. Trump zal wel niet die prijs krijgen, maar hij is geen landen binnengevallen, heeft een geplande militaire actie tegen Iran afgeblazen, en heeft een vredesproces met Noord-Korea op gang gebracht. Hij verdient beter dan de universele schietschijf te zijn.

dinsdag 4 december 2018

Marrakesj en de toekomst van België







(Doorbraak, 4 dec. 2018).


Het Marrakesj-debat brengt twee grondvraagstukken op de voorgrond, van de politieke besluitvorming in het algemeen en van de Belgisch politiek in het bijzonder.



Volgens Wouter De Vriendt van Groen, tijdens het Kamerdebat over het Verdrag van Marrakesj, is het "goede democratische nieuws" dat er in het parlement een ruim draagvlak pro Marrakesj bestaat. Hij stelt een wisselmeerderheid voor, tegen de akkoorden tussen de regeringspartijen in, maar trouw aan de parlementaire machtsverhoudingen. Peter De Roover van de N-VA stelt daarentegen de eensgezindheid van de regeringspartijen voorop, dus het vetorecht van zijn partij tegen Marrakesj.



Beiden beroepen zich op particratische mechanismen waarin het beslissende democratische element ontbreekt: de wil van het volk. Parlementaire meerderheid al wat je wil, maar bij de bevolking is hiervoor zeker geen draagvlak. Hoewel zij iets anders pretenderen, “vertegenwoordigen” de gekozenen hun kiezers niet. Hier zie je in volle glorie de tegenstelling tussen de elitaire vertegenwoordigende "democratie" en de rechtstreekse democratie via volksraadpleging.


Je kan natuurlijk zeggen dat de bevolking er niets van begrijpt en onbekwaam is tot politieke besluitvorming. Dat argument hoor je ’t allen kant in het hedendaagse debat over rechtstreekse democratie, vooral over het Brexit-referendum. Men schijnt daarbij uit het oog te verliezen dat precies hetzelfde argument al sedert Plato gebruikt wordt tegen de democratie als zodanig. Wie tegen de volksraadpleging pleit, schrijft zich in in een duizendjarige antidemocratische traditie. Een doorgaans fatsoenlijke traditie, en ik wil hier zelfs niet uitsluiten dat ze haar deel van het gelijk heeft, maar noem ze dan eerlijk bij de naam: antidemocratisch. 



In het Belgische kader geldt als bijkomend argument dat het referendum de eenheid van het land bedreigt door de Vlaams-Waalse tegenstellingen op de spits te drijven. Dat is inderdaad gebeurd bij het enige Belgische referendum ooit, over de terugkeer van Leopold III op de troon: Vlaanderen stemde voor, Wallonië (althans Luik en Henegouwen) stemde tegen en aanvaardde de “Vlaamse” keuze pro de koning niet. Die tegenstelling was er toen, maar geldt niet noodzakelijk bij elke Belgische volksraadpleging überhaupt. Na referenda in Frankrijk en Nederland over de EU-grondwet was er even sprake van een Belgisch referendum. Dat was onder Guy Verhofstadt, de enige premier die, ere wie ere toekomt, zich ooit vóór rechtstreekse democratie uitgesproken heeft. Daarin zouden volgens alle aanwijzingen de Vlamingen zoals de Nederlanders en de Walen zoals de Fransen gestemd hebben, namelijk allebei tegen.



(Bij de parlementariërs waren beide kampen, voor en tegen zo’n referendum, ongeveer even sterk. Het was Spirit, de linkse afsplitsing van de Volksunie, die de beslissende tegenstem leverde. Dan wilde men op Vlaams niveau een gelijkaardig referendum, en in dezelfde krachtsverhoudingen was het de N-VA die de kantelstem tegen het referendum leverde. Dat de Vlaamse Beweging via twee van haar geledingen bij zulke gouden gelegenheid de volkssoevereiniteit geblokkeerd heeft, is mijns inziens niets om fier op te zijn.)



In een gebeurlijk Marrakesj-referendum daarentegen is het opnieuw mogelijk dat het de Vlaams-Waalse tegenstelling zal uitvergroten. We stelden zojuist dat er bij de bevolking volstrekt geen draagvlak bestaat, maar dat geldt in Vlaanderen. Ik heb mijn vinger niet op de pols van de Waalse openbare mening. Enerzijds is de migratiekritische stroming er sterker dan uit de parlementaire zetelverdeling blijk, gezien bv. de gemeten populariteit van Theo Francken. Anderzijds zal die stroming toch minder zijn dan in Vlaanderen, en bovendien keren vele Walen zich, ongeacht de grond van de zaak, tegen al wat met de gehate N-VA te maken heeft. Zo blijkt uit peilingen dat de afgetekende daling in de keuze van Waalse leerlingen voor Nederlands als tweede taal te wijten is aan de hernieuwde vereenzelviging van Nederlands met Vlaams-nationalisme, met name door de machtsdeelname van de NVA.



Een referendum zou dus kunnen aantonen dat Vlaanderen en Wallonië inderdaad twee democratieën zijn, twee maatschappijen die qua cultuur weinig raakvlakken hebben, qua politieke cultuur ook uiteengroeien (zie de toenemende Vlaamse “regelneverij” naar het model van de Hollandse keurigheid), en vooral qua politieke oriëntatie een heel verschillende kant op willen: het zelfbeschermende Vlaanderen tegen het opengrenzengezinde Wallonië, “terre d’acceuil”. Vlaanderen en Wallonië die hun eigenheid demonstreren en verder uiteendrijven: dat kan voor een Vlaamse onafhankelijkheidspartij toch geen probleem zijn?

  

Maar zelfs zonder referendum is dat uiteengroeien evident. Behalve mogelijk een minderheid binnen de MR (en die parlementariërs zijn gezien de particratie veel gedisciplineerder en minder onafhankelijk dan bv. in het Verenigd Koninkrijk) is heel politiek Wallonië verenigd pro Marrakesj. De tegenstand onder de mandatarissen zit uitsluitend aan Vlaamse kant. De Waalse fans van Theo Francken vinden geen Waalse tegenhanger. Een alerte Vlaamse Beweging zou haar kans grijpen.



Nogmaals: de wegdeemsterende en weinig strategisch denkende Vlaamse Beweging zal de Vlaamse onafhankelijkheid niet bewerken; maar een ingevangen rugwind vanwege een internationale ontwikkeling zou er wel toe kunnen leiden. Hier heb je zo’n internationale kwestie die de samenstellende delen van dit koninkrijk uit elkaar kan drijven. Maar is er onder de Vlaamse slaapwandelaars een alerte geest die deze open doelkans grijpt?