maandag 29 april 2019

Het nieuw-heidendom voor de keuze





()



Op haar jongste vergadering (september 1996) heeft de werkgroep Traditie een collecte gehouden voor financiële steun aan een Duitse heiden die wegens het vertoon van een zelfklever met odal-rune op grond van een anti-nazi wet tot een boete plus proceskosten veroordeeld werd. Iedereen was het erover eens dat dit vonnis tegen de godsdienstvrijheid ingaat en daarom schandalig en gevaarlijk is. Echter, als ik de geschriften en activiteiten van een aantal Vlaamse wodanisten bekijk, dan vind ik het doodnormaal dat een rechter (gisteren een Duitse, morgen een Vlaamse) runen met racisme en neonazisme associeert. Dat is namelijk wat al te veel Vlaamse wodanisten zelf doen. Als morgen één van u wegens runendracht veroordeeld wordt, beste lezers, dan zal ik wel mijn duit in de collectebus doen, maar niet zonder de bijgedachte: eigen schuld, dikke bult.

De relatie tussen Germaans heidendom en een bepaald verleden is een omvangrijk onderwerp, en wat volgt is slechts een eerste schets, die ik zonder wachten op een uitvoeriger behandeling nu naar voren schuif wegens hoogdringendheid. De lezer weet inmiddels dat er voor komend voorjaar een heidens congres gepland is, waarop ook de pers uitgenodigd wordt. Ik verzeker u: als er op gebied van de door diezelfde pers alleszins vermoede politieke connecties tegen dan geen klare wijn geschonken wordt, zal het weinige dat aan officiële en levensbeschouwelijke erkenning voor het heidendom bereikt werd, in één klap volledig en voor lange tijd verloren gaan. Ook mensen die voor het heidendom als idee sympathie hebben (zoals de natuurgenezers en gnosis-onderzoekers die we reeds als spreker te gast gehad hebben), zullen volledig afhaken als de heidense beweging zelf in woord en daad de door christelijke auteurs gepropageerde vereenzelviging van Wodan en Hitler bevestigt.

Als sprekend voorbeeld van deze zorgwekkende tendens hoef ik maar de geplande vertoning van de nazi-film Der Ewige Jude tijdens een Vlaamse Ostarra-viering (lentefeest 1996) te noemen. Ik heb meer voorbeelden, en het is alleen om redenen van ruimte en van zijn extreme duidelijkheid dat ik het hier bij dit ene voorbeeld houd. Het is evident dat men het heidendom hopeloos encanailleert en compromitteert door het in zulk ondubbelzinnig nazigezelschap naar voren te brengen. Wie zich met neo-nazisme of holocaust-negationisme inlaat, weet bij voorbaat dat hij voortaan uitsluitend nog daarmee vereenzelvigd wordt, en dat hij zijn standpunten over andere onderwerpen, evenals de medeleden van groeperingen waarin hij prominent aktief is, in zijn maatschappelijke val meesleurt. Wie zijn en andermans toekomst vergooit omwille van een obsessie met het verleden, lijkt me sowieso al behoorlijk getikt en dus te mijden gezelschap.

De besmetting van het heidendom met nazi-associaties is echter niet alleen publicitair de zwaarste fout die men kan maken (althans voor heidenen, want voor christenen is het juist een zeer lonend maneuver), het doet ook intrinsiek onrecht aan de reëel bestaande heidense tradities. Soms is het moreel noodzakelijk om maatschappelijke uitsluiting als prijs voor een bepaalde dissidente stellingname te betalen (zelf heb ik duur betaald voor mijn islamkritiek, toch ga ik daar geen woord van terugnemen), maar dat geldt natuurlijk niet als die stellingname aantoonbaar onzinnig is.

De meest karakteristieke elementen van het nazisme, zoals het antisemitisme en het leidersprincipe, zijn volstrekt niet van heidense oorsprong. De oude Germanen kenden een vorm van volkssoevereiniteit, die natuurlijk niet identiek is niet de moderne democratie, maar die doorheen de middeleeuwen en tot aan de Amerikaanse revolutie altijd als referentiepunt voor anti-autoritaire en anti-centralistische bewegingen gediend heeft. Volgens Thomas Jefferson was de Amerikaanse federale democratie in feite een herstel van de oude Saksische wetten. Het vermeende "anarchisme" van nieuw-heidense bewegingen was één van de redenen voor de maatregelen die het nazi-regime tegen hen nam, tot en met het algeheel verbod en de opsluiting van nieuw-heidense tenoren in concentratiekampen na de noodlottige oversteek van New-Ager Rudolf Hess. De vrijheidslievende Vikingen zouden de drang van nazi's (en ook bv. van Vlaamse dinaso's) om in ganzenpas achter een Leider aan te lopen, bespottelijk gevonden hebben.

De zaak ligt nog veel duidelijker met het antisemitisme. Vele christelijke theologen en kerkleiders hebben inmiddels erkend dat de holocaust nooit gebeurd zou zijn zonder de duizendjarige traditie van christelijke Jodenhaat. Het christendom is principieel anti-semitisch, en Hitler verklaarde zijn anti-Joodse missie aldus: "Ik kom het werk van Jezus voltooien." De nazi-propaganda besteedde nogal wat energie aan het "bewijzen" dat Jezus eigenlijk een Ariër was. Spijts de opheffing door Vaticanum ll van de aloude veroordeling der Joden als Christusmoordenaars blijven de christelijke doctrine en het evangelie zelf intrinsiek anti-Joods. Door het Jodendom als een louter voorgeschiedenis op de christelijke heilsleer in te palmen, is het voortbestaan van het Jodendon zeer problematisch voor het christendom. Het evangelie beweert nog altijd dat de Joodse volksmassa Jezus' dood eiste, en schildert de farizeeërs (grondleggers van het talmoedische Jodendom) nog altijd af als huichelaars. Hoewel het Jodendom er onder christelijk bestuur nog altijd beter van afkwam dan het heidendom, en de lange geschiedenis van Jodenvervolging natuurlijk maar kon doordat het Jodendom überhaupt nog bestond, mag het ons tot enig begrip aanzetten dat de Kerk de Joden ondermeer ook als "volharders in het ongeloof” op één noemer met de "heidenen" plaatste.

Tegenover het solide antisemitisme van de evangelisten, het pausdom en Luther, staat een volledige afwezigheid van Jodenhaat in de Germaans-heidense literatuur. Hoezeer Richard Wagner ook zocht, hij kon in het Nibelungenlied niet één anti-Joodse zinsnede vinden. Wat het Grieks-Romeinse heidendom betreft: er waren al eens tweezijdige rellen tussen Grieken en Joden in Alexandrië, compleet met geruchten over Joodse kinderoffers, maar die hadden nooit de ideologische intensiteit van de christelijke Jodenhaat, en leidden niet tot een officieel anti-Joods beleid. De Romeinen erkenden het Jodendom als "toegelaten religie", met uitzondering van de periode rond de Joodse opstand van 70 n.C., en dat was een tijdelijke en louter politieke maatregel, te vergelijken met (maar minder grondig dan) de vernietiging van de druiden als ruggegraat van de Gallische natie door Caesar. De onder nieuw-heidenen erg populaire keizer Juliaan de Afvallige contrasteerde het Jodendom in gunstige zin met het christendom, en plande het herstel van de Joodse tempel te Jeruzalem. De enige landen waar de Joden nooit vervolgd zijn, tenzij onder tijdelijk moslim-bewind, zijn het heidense China en India. Dat het Jodendom na de Assyrische en Babylonische (in taalkundige zin "Semitische") onderdrukking überhaupt nog bestaat, is te danken aan de pluralistische godsdienstpolitiek van de Indo-Europese Perzen.

Het heidendom is intrinsiek pluralistisch. Dat Joden de pretentie hebben, het "uitverkoren volk" te zijn, is vanuit heidens standpunt geen probleem. Iedereen heeft het recht om zichzelf superieur aan anderen te wanen, en alle anderen als dolenden te beschouwen: dat is gewoon een kwestie van de vrijheid van denken, die in het heidendom gerespekteerd wordt. Ook de wetenschap meent dat bv. haar eigen heliocentrische visie superieur is aan de geocentrische. Zolang de planetaire eigenwaan van het geocentrisme niet met dwang aan de verlichte heliocentristen opgedrongen wordt, kan de wetenschap gerust tolerant zijn tegenover achterhaalde denkwijzen. Dat gelovige Joden zich, bij al hun intelligentie, zo overduidelijk kunnen vergissen met hun irrationeel geloof in de notie van "uitverkoren volk", is voor de heidenen geen groter probleem dan allerlei andere vormen van dweperij: je moet nu eenmaal een beetje verdraagzaam zijn jegens de feilbaarheid van het menselijk verstand.

Jodenhaat in nieuw-heidense kringen is ook merkwaardig als je de etnische, anti-globalistische tendenzen in die kringen bekijkt. Persoonlijk sta ik meer aan de kant van het universalisme, en denk ik dat etnische en andere particuliere identiteiten (ook de Germaanse en de Joodse) een schimmenspel vormen, een oppervlakkige realiteit die er nu eenmaal is maar die niet speciaal nagestreefd of verdedigd moet worden; maar ik doe daarom nog niet mee aan de hysterische demonisering van de identitaire stroming. Alleszins, als er nu één volk succesvol weerstand geboden heeft aan assimilatie en universalisme, dan zijn het toch wel de Joden. In dit net als in andere opzichten is het natuurlijk absurd om het Jodendom als wortel van het gesmade christendom te beschouwen: het is er in zijn particularisme juist tegengesteld aan.

Het Joodse nationaal gevoel staat welbeschouwd los van het (terecht als grondslag van onverdraagzaamheid afgewezen) profetisch monotheïsme. Dat blijkt niet alleen uit het moderne, hoofdzakelijk seculiere zionisme, maar ook uit de oudste geschiedenis. Eeuwen vóór Mozes, met zijn Egyptische achtergrond, aan de Israëlieten het monotheïsme en het verbod op beeldenverering oplegde, beoefenden de uit Soemerië afkomstige (dus cultureel superieure) aartsvaders vanuit hun stamtrots de endogamie: liever dan zich met de plaatselijke bevolking te vermengen, trouwden zij met "verre" familieleden. Esau verspeelde zijn eerstegeboorterecht aan Jacob omdat hij met Hittitische meisjes getrouwd was, en de Kanaänitische verloofde van Jacobs dochter Dina werd met zijn hele stam vermoord om het bloed van Dina's toekomstige kinderen zuiver te houden. Juist Mozes de monotheïst overtrad tweemaal deze endogamieregel, tot ergernis van zijn Joodse verwanten. Net zoals heidense tribalen in Afrika of India hun dochter doorgaans liever aan een gekerstende stamgenoot dan aan een heidense vreemdeling uithuwelijken (omdat etniciteit voor hen belangrijker is dan geloofsovertuigingen, want duurzamer), huwelijken hedendaagse gelovige Joden volgens BBC-Newsnight hun dochter liever uit aan een Joods geboren ongelovige dan aan een vrome bekeerling.

Deze tendens om meer aandacht te schenken aan etniciteit dan aan geloof is het heidendom vaak duur te staan gekomen, met name het Germaanse: als Clovis niet lichtzinnig met de blonde christin Clotilde getrouwd was, had onze geschiedenis er anders uitgezien. Desalniettemin zien we in het nieuw-heidendom opnieuw deze sterke waardering van de etniciteit opduiken. Wat men daar verder ook over mag denken, het levert geen grondslag voor antisemitisme.

Naast het verschil in politieke opvattingen tussen de historische heidense culturen en het nazisme, is er een nog fundamenteler tegenstelling: het nazisme was niet religieus. Had het christendom, als grondslag voor natalisme en gezagstrouw, nog enig praktisch nut, dan gold het heidendom als een wereldvreemd spelletje voor excentriekelingen. Zowel Hitler als Rosenberg en Himmler waren hierover zeer expliciet: "Wodan is dood", het is onzinnig een herleving van het in zijn graf weggerotte wodanisme na te streven. In de nazi-geschiedenisvisie waren de Teutoonse ridders die het Balticum met geweld kerstenden evenzeer helden als de heidense krijgers van Arminius die de mede-heidense Romeinen versloegen; zolang ze maar Duits waren, vormde hun christelijk fanatisme geen enkel bezwaar.

Hoewel men de Hitler-cultus quasi-religieus kan noemen, was het nazisme uiteindelijk een seculier nationalisme, gebaseerd op een a-religieuze, "wetenschappelijke" ideologie uit de 19de eeuw: het biologisch materialisme. Het nazistische beroep op de "wetten van het leven" is eigenlijk een variant op het marxistische beroep op de "wetten van de geschiedenis": beide zijn seuliere, pseudo-wetenschappelijke doctrines, die meewarig elke transcendente dimensie als achterhaald en primitief afwijzen. Wie het heidendom als een religie definieert (zoals de voorzitter van Traditie op de jongste vergadering nog deed), moet maar eens voor zichzelf uitmaken of hij echt in heidense religie geïnteresseerd is, danwel een verminkte heidense beeldentaal als cultureel franje voor een louter politiek engagement gebruikt. Het antieke heidendom was gebaseerd op pietas, ontzag voor het heilige; veel van wat nu voor nieuwheidendom doorgaat, is eerder brallerig.

De hier besproken nefaste politieke connotatie is maar één van de kinderziekten van het nieuw-heidendom. Andere tendenzen die het door christenen gepropageerd vijandbeeld van het heidendom dwaasweg bevestigen, zijn irrationalisme en jongensachtige stoerdoenerij. Hoewel juist het christendom en andere openbaringsreligies per definitie anti-rationeel zijn (menselijke kennisvormen door "openbaring" vervangen), vergooien nieuw-heidenen de superioriteit van het heidendom op dit punt door een puberachtige anti-intellectuele cultus van "het Leven". En terwijl heidendom, van het boeddhisme tot de Litouwse Romuva-traditie, uitermate pacifistisch kan zijn, richten met name Germaanse nieuw-heidenen zich naar het christelijke stereotype van heidenen als woeste geweldenaars die God noch gebod erkennen. Als de pers straks het aloude vijandbeeld van de heidenen wil opwarmen, kan het terecht bij een aantal wodanisten die gretig alle uitspraken en wapenfeiten kunnen leveren om dit vijandbeeld te stofferen. Merkwaardig toch, hoe mensen met alle geweld hun eigen ruiten willen ingooien.

Met een openbaar symposium in het vooruitzicht, is het een acute noodzaak om orde op zaken te stellen. Wie dat als een belachelijke toegeving aan de heersende opinie wegwuift (zoals ik bepaalde lezers hoor opmerken), draagt een zware verantwoordelijkheid. En wie in weerwil van reële feiten doet alsof de nieuw-heidense beweging boven de politiek verheven is, zal de daaropvolgende maandagmorgen in de krant vaststellen dat men wel zichzelf maar niet de onbevangen buitenstaander voor de gek kan houden.

.
.-

Geen opmerkingen:

Een reactie posten