Posts tonen met het label Vlaanderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlaanderen. Alle posts tonen

maandag 8 februari 2021

Waarom Vlaanderen geen Subhas Bose heeft

 Waarom Vlaanderen geen Subhas Bose heeft


(Doorbraak, 3 februari 2021)

Vanuit het standpunt van de internationaal erkende staat Brits-India was Subhas Bose in de Tweede Wereldoorlog de ultieme collaborateur met de vijand. Zoals we gezien hebben (Doorbraak, 27 januari 2021): hij had legers onder zowel Duits als Japans gezag, richtte een tegenregering in ballingschap op, en oefende gezag uit over een (weliswaar heel klein) veroverd deel van zijn moederland. Britse veiligheidsrapporten noemen hem steevast ‘a black’, of wat wij ‘een zwarte’ noemen.

 

Toch draagt het volledige politieke spectrum in India hem op handen. Bij het Congres, zijn toenmalige rivaal, is dat weliswaar niet van harte, maar het voelt zich omwille van zijn populariteit genoopt tot lippendienst. Ook Ahmed Soekarno in Indonesië en Aung San in Birma waren voluit collaborateurs met Japan doch behoren er tot het nationale pantheon. De gemeenschappelijke culturele erfenis rond het boeddhisme maakte het voor de bevolking van de Aziatische kolonies extra voor de hand liggend om de zijde van Japan te kiezen; ook in Mongolië en Tibet werd op die grond een pro-Japanse stemming opgewekt die men echter niet militair wist uit te buiten.

 

 

Arm Vlaanderen   

Waarom heeft Vlaanderen geen Subhas Bose? Het had toch flink wat collaborateurs in zijn volksrangen, dus er is keuze genoeg. Waarom zijn Vlaamse gemeenten niet fier op hun Cyriel Verschaevestraat, in plaats van ze om te dopen om die besmette priester-dichter beschaamd aan het zicht te onttrekken? Stel je voor dat het Vlaams Parlement eens dr. August Borms zou eren, die niet één maar zelfs twee keer met de Duitse bezetter collaboreerde, en dat alles ‘voor Vlaanderen’, zoals hij op weg naar het voorpeloton als uitleg voor zijn doodstraf gaf; of Staf Declercq.

 

Op gebied van lijfelijke heldhaftigheid komen ze als grijze muizen wel niet aan Bose’s enkels. Dan had je beter een Reimond Tollenaere kunnen kiezen, aan het Oostfront op het veld van eer gesneuveld. Maar hij was dan weer een ondergeschikte figuur, bovendien geveld door een verdwaalde kogel van bevriende zijde, dus minder geschikt voor de rol van martelaar en nationaal boegbeeld. Dan deed Wallonië (onder Belgische vlag) het met Léon Degrelle toch beter: politiek leider maar tevens oorlogsheld, die anders dan de meeste Oostfronters ook om een soort van overwinning bekend werd (de uitbraak bij Tsjerkassy), en die het bovendien overleefde.

 

Dat Vlaanderen niet op de collaboratie kon voortbouwen, lag niet aan de Asmogendheden. Duitsland heeft weliswaar de oorlog verloren, wat ook de collaborateurs in het verliezerskamp plaatste. Maar Japan heeft evengoed als Duitsland verloren. Wat wel verschilde, was de eigen overwinning of nederlaag van het betrokken land: India, Birma en Indonesië werden enkele jaren na 1945 onafhankelijk, zij konden voortaan hun eigen geschiedenis schrijven en bepalen wie als held of als schurk zou tellen. Was het Britse bewind gebleven, dan hadden Indiase schoolkinderen nog steeds over de ‘verrader Bose’ moeten leren. Dus omgekeerd: was Vlaanderen na de oorlog eveneens onafhankelijk geworden, dan zou ook Borms als een soort vader des vaderlands gegolden hebben.

 

Weliswaar had Duitsland nooit de Vlaamse onafhankelijkheid nagestreefd, noch zelfs wegens Vlaamse smeekbeden dan maar toegestaan (alleen onder militante belgicisten heb je er wel die beweren dat Vlaamse onafhankelijkheid ‘het programma van Hitler zou uitvoeren’). Het hield België en ander klein grut als pasmunt voor een verhoopte compromisvrede met de Britten, en tot dan als deel van het Duitse rijk. Evenzeer hadden Indonesië en Birma in een zegevierend Japans rijk niet op volledige onafhankelijkheid moeten hopen. India misschien wel, en dat was ook het spel dat Japan met Bose speelde: hij mocht de onafhankelijkheid uitroepen en een regering vormen, compleet met vlag en volkslied. Dat hebben Borms en Declercq nooit bedongen; maar tenminste zouden ze in een Duitse provincie Flandern alvast niet gedemoniseerd geweest zijn.

 

 

Damnatio memoriae

Een ander tegenfeitelijk scenario is dat Vlaanderen, ongeacht de Duitse nederlaag, onafhankelijk geworden zou zijn. Of, nog tegenfeitelijker, dat een unitair België geen repressie tegen de Vlaamse collaborateurs zou georganiseerd hebben, noch zelfs een damnatio memoriae. Dan nog zou er vandaag meer op de reputatie van de prominentste Vlaamse collaborateurs afgedongen worden dan bij Bose het geval is, zij het wel niet met de hysterische roeptoeter waaraan we vandaag gewend zijn. Denk eerder aan een gelegenheidsvraaggesprek met een geschiedkundige die zich interessant wil maken, maar die beetje bij beetje toch het aureool dat ze in een tegenfeitelijke Newsweek gekregen hadden, zou doorprikt hebben.  

Bose vocht niet voor Duitsland of Japan, maar voor zijn eigen land. Hij bedong bijvoorbeeld bij de Duitsers dat zijn leger alleen tegen Britse vijanden zou ingezet worden, zeker niet tegen de Sovjet-Unie. Er is ook geen betrokkenheid van zijn troepen in de Holocaust of de Japanse wreedheden bekend. Maar of het Vlaams Legioen in Rusland voor de Vlaamse belangen ging vechten, is twijfelachtig. Borms en Declercq dachten wel dat de jonge Vlamingen die zij voor het Oostfront rekruteerden, nuttige pionnen aan de onderhandelingstafel tussen Vlaanderen en Groot-Duitsland zouden zijn; het leven van die jongens was een betere zaak waardig.

Van Borms is bekend dat hij aan zijn tevredenheid uiting gaf toen de Antwerpse Joden weggevoerd werden. Mogelijk wist hij niet dat ze hun dood tegemoet gingen (net zo min als de Nederlandse Jodenraad, die zelf de deportatie mee organiseerde), maar dan was hij minstens schuldig aan onnozelheid. Op eigen verantwoordelijkheid geef ik hier volgend onverifieerbaar citaat. Wijlen Luc Dieudonné, beheerder van het Bormshuis, zei me zelf nog dat Borms ‘zich verschillende keren als een dwaas heeft laten gebruiken’. Alleszins niet het materiaal waaruit ze vaders des vaderlands maken.

Vlaanderen was gewoon te klein om een glorieus onafhankelijkheidsproces tegemoet te gaan, zelfs bij een Duitse overwinning. De wil om onafhankelijk te worden was ook veel minder sterk dan in de Aziatische kolonies, en de associatie met de door velen gehate bezetter heeft daar ook geen goed aan gedaan. Die slinger keerde weer een beetje door de aperte onrechtvaardigheid van de Belgische repressie, maar toen lag de flamingantische droom al aan gruizelementen. Vlaanderen had maar een waterkans, en heeft ze gemist.

 

 

(genoemde personen: Subhas Bose, August Borms, Cyriel Verschaeve, Staf Declercq, Reimond Tollenaere, Léon Degrelle, Luc Dieudonné)

woensdag 3 juni 2020

Kolonisering, een begripsverheldering: 3. Vlaanderen, een kolonie van België?


Vlaanderen, een kolonie van België?


(Doorbraak, 27 mei 2020)


Mark Grammens zaliger vergeleek regelmatig de Vlaamse strijd met de dekoloniseringsstrijd. Hij behoorde tot de repressieslachtoffers die in de jaren 1950 de strijd tegen België hernamen, maar dan van de linkerkant. Vandaar zijn voorliefde voor progressief jargon en verwijzingen. In Vlaanderen minder gebruikelijk, maar in éénklank met het progressisme van de nationalisten in bijvoorbeeld Catalonië.


Die antikoloniale beeldspraak heeft in de Vlaamse Beweging nooit veel navolging gevonden, wellicht omdat de meeste Vlaamse Bewegers in die tijd weinig op het wereldgebeuren ver van de eigen klokkentoren gericht waren, of omdat zij zich in een dekoloniseringsoorlog moeilijk met de exotische opstandelingen tegen het Europese koloniale gezag konden vereenzelvigen. De jongste jaren hoort men de vergelijking regelmatig bij de Schotse nationalisten, die zich als een vroege kolonie van Engeland voorstellen. Destijds werd de onafhankelijkheid van Ierland in India alvast als een klinkende dekolonisering gezien, een model om inspiratie uit te putten, en een bewijs dat het Britse rijk wél overwinnelijk was.


De Vlamingen als inboorlingen verknecht door en in opstand tegen een koloniale macht, dat klonk alvast beter dan “les boches du nord” (de moffen van het noorden), flaminganten als agenten van het Duitse imperialisme, of “bloed en bodem”. Het paste in de progressieve tijdsgeest. Ik heb het niet bewust meegemaakt, maar ik vermoed dat de opgang van de Volksunie in de jaren 1960 toch ook de “wind van verandering” die door het dekoloniserende Afrika woei, in haar zeilen wist in te vangen.




Peppraat


Verkocht Grammens meer dan peppraat? De belgicisten zullen het zeker een holle overdrijving noemen, of gewoon onzin. Engelsen, inbegrepen degenen die uit Jamaica of Pakistan stammen, noemen het Schotse vertoog zo, en wijzen erop dat Schotten en Ieren volop meededen met de Engelsen in de kolonisering van derde landen. En dat geldt evengoed voor de Vlamingen, die in de koloniale oorlog van koning Léopold II sneuvelden (luitenant Lippens, sergeant Debruyne) of de overwinning behaalden (commandant Francis Dhanis), die de meeste missionarissen leverden, en die, zoals ondergetekende nog gedaan heeft, hun eerste zakcentjes in een dankbaar knikkend negertje stopten. De Vlamingen waren niet gekoloniseerd door de Belgen, zij waren zelf Belgen.


Maar daartegenover staat dat bevolkingen waarvan niemand betwist dat zij gekoloniseerd waren, wel degelijk zelf mee aan de kolonisering deelnamen. De Britten organiseerden volksplantingen van Tamils in Sri Lanka en Myanmar, Gujarati’s in Zuid- en Oost-Afrika, Bhojpuri’s in Guyana. Sikhs vochten voor het Britse rijk in de Concessie van Shanghai en tegen de “Boksersopstand” in Beijing, om nog te zwijgen van Flanders’ Fields. Wie aan de top van de piramide stond, daarover bestond geen twijfel, maar daaronder was er volop plaats voor maatschappelijke opklimming voor koloniale onderdanen.


Eens de onderdanen voldoende évolué waren, werd het zelfs aangewezen om gehoorzame exemplaren een heel zichtbare plaats in de bestuursstructuur te geven. Gehoorzaamheid loont, was de boodschap naar de intelligentsten onder de inheemsen toe. We hoeven in het Belgische geval niet eens naar historische figuren als Gaston Eyskens of Wilfried Martens te verwijzen: pas afgelopen week hebben we Paul Magnette horen suggereren dat de volgende premier, die de Vlamingen een forse Belgische belastingverhoging zal moeten aanpraten, een Vlaming “mag” zijn. Dat speelt ook in op de sentimentele psychologie van primitieve inboorlingen: zij zijn veel gehechter aan personen dan aan ideeën, dus plak een Vlaams gezicht op een anti-Vlaams beleid, en de sukkels zullen het in de armen sluiten.


Een nuttig element in elk koloniaal bestuur was het “verdeel en heers”-beginsel. Vaak was dat al nuttig in het op gang brengen van het koloniseringsproces, zoals toen Hernan Cortes andere Mexicanen tegen de Azteken wist te mobiliseren. De koloniale onderdanen kwamen zelfs niet op het idee om de heersersklasse tegen elkaar op te zetten, maar de heersers deden het routinematig en heel bewust bij de inboorlingen. De “Zweedse” regeringscoalitie speelde wel in op een scherpe inter-Waalse tegenstelling tussen de liberale visie van de MR op de economie en de socialistische van alle anderen, maar dat betrof niet de machtsverhoudingen tussen Vlamingen en Franstaligen. Zodra die in het spel zijn, vormen de belgicisten een ongenaakbaar gesloten front. De Vlaamse beweging heeft niet genoeg verstand in huis om daar een bres in te slaan of zelfs maar aan die optie te denken. Omgekeerd is het zaaien en handhaven van verdeeldheid bij de gekoloniseerden een ingeburgerde praktijk, en onderdeurtjes kunnen zeer fanatiek zijn in hun pekelruzies en aan hun onderlinge haatverhoudingen heel wat heiliger-dan-gij status ontlenen, zodat zij geen gevaar vormen voor het bewind.  




Algerije van het noorden


Nog een bezwaar is: kolonisering betekende dat één land een ander land ging inpalmen; een ver, tropisch land. Nochtans, strikt genomen moet dat geen ver land zijn: de Russische inpalming van stukjes land in het oosten, beetje bij beetje, tot de tsarenscepter tot in Alaska reikte, kan gerust een proces van kolonisering genoemd worden. Dat de Sovjetheerschappij over het reusachtige Siberië aan de dekoloniseringsgolf ontsnapt is, heeft met de succesvol verkochte bolsjevistische aanspraak op morele superioriteit en niet-onderdrukking te maken; de tsaren zouden er niet mee weggeraakt zijn.

De Jakoeten en Kirgiezen hadden hetzelfde Sovjet-staatsburgerschap als de Russen, de Vlamingen zijn evenzeer Belg als de Franstaligen. Toen Frankrijk over Algerije heerste, waren de Algerijnse provincies “départements à part entière” met zitting in het Parijse parlement. Hoezo, kolonie in de verte? De Middellandse Zee stroomt doorheen Frankrijk zoals de Seine doorheen Parijs; en niemand zegt toch dat de ene Seine-oever de andere “koloniseert”? Toch is l’Algérie Française uiteindelijk het voorwerp van een dekoloniseringsoorlog geworden.


Toen België ontstond, was dat door het initiatief van Franse samenzweerders die als eerste doel hadden, de zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk te voegen, een soort herstel van de Napoleontische toestand, toen de Oostenrijkse Nederlanden tot een soort Algerije van het noorden gemaakt waren. Een aparte staat België was slechts een B-plan dat gezien de Britse bemoeienis al snel de best haalbare optie werd. Maar er was nooit een opzet van gelijkheid met de Vlamingen, alleen een handig gebruik van de onnozelheid van voldoende Vlamingen die dat niet door hadden.  


Kortom, de koloniale uitleg voor de Belgische machtsverhoudingen is mogelijk een beetje bij het haar getrokken, maar echt niet ongerijmd. Een beetje tekstschrijver is zeker in staat om van de “politieke spelletjes” van de Vlaamsgezinde partijen een antikoloniale bevrijdingsstrijd te maken. Maar de belgicisten kunnen gerust zijn: zo ver denken Vlamingen niet. Zelfs bij de zoveelste verjaardag van de Kongelese onafhankelijkheid denkt geen enkele Vlaamse voorman aan hun geslaagd “los van België”.