dinsdag 19 april 2022
maandag 4 januari 2021
Bart De Wever, de moslims en de islam
Bart De Wever, de moslims en de islam
(Doorbraak,
30 december 2020)
Eddy Daniëls stelt vast dat Antwerps
burgemeester Bart De Wever ervan verdacht wordt, de islam te onderschatten. Die
voelt zich door onder meer zijn persoonlijke vriendschap met een moslim gehinderd
om de rigoureuze islamkritiek van zijn gemeenteraadslid Sam Van Rooy onder ogen
te zien.
Daniëls zelf laat zich op een zekere
deskundigheid voorstaan. Hij heeft namelijk een lijvig boek geschreven over de
kern van de islam, voornamelijk het voor moslims normscheppende leven van de
profeet, De kwestie M. Een gekaapte
godsdienst. Niet min, want volgens Etienne Vermeersch zaliger
was dat het beste Nederlandstalige boek over Mohammed. Maar welk besluit trekt
hij uit die kennis voor de onderhavige probleemstelling, namelijk de
inschatting van de islam door Bart De Wever?
Hij relativeert het oorlogszuchtige beeld van
Mohammed, dat de hedendaagse ‘modale moslim in verwarring brengt’. Vooraleer
terzake te komen, neemt hij een lange omweg via een beschouwing over de
Hebreeuwse Bijbel. Die bevat ook oorlogszuchtige passussen, zoals: ‘Gelukkig
degene die vergeldt wat jij [Babylon] ons misdeed, gelukkig degene die jouw
kinderen grijpt en tegen de rots verplettert’, aldus Psalm 137:8-9,
toegeschreven aan koning David.
Of Ezechiël 16 en 23, die verbintenissen tussen
Israëlische en vreemde partners veroordelen, een racisme dat voor bijbelvaste
protestanten zoals de Afrikaners de Apartheid rechtvaardigde, en ook in de
joodse gemeenschap voor een sterke weerstand tegen gemengde huwelijken (zelfs onderling,
tussen Sefardische en Asjkenazische joden) gezorgd heeft. Zie ook de Bijbelse veroordeling
van de stam van Ham, die voor joodse en christelijke slavenhandelaren de
negerslavernij goedpraatte; daar waar de Arabieren die ook wel beoefenden maar tenminste
niet hun Schrift voor die kar konden spannen.
Of nog, I Samuel 15, waarin Jahweh koning Saul
vervloekt om diens ongehoorzaamheid aan zijn bevel om de Amalekieten uit te
roeien: hij had de vrouwen en kinderen in leven gelaten om hen te verkopen op
de slavenmarkt. Dat laatste is wat Mohammed doet met de joodse stam Banu
Quraiza: de mannen doden, de rest als slaaf verkopen. Dus de erecode van Jahweh
overtreft die van Mohammed nog in bloedlust: hij laat, als een Heinrich Himmler
avant la lettre, ook vrouwen en kinderen uitroeien. Of Deuteronomium
25:15-69, waarin Jahweh zijn uitverkoren volk 'onverbloemd Auschwitz aanzegt
als straf voor ontrouw aan Hem', aldus Daniëls.
De implicatie ligt voor de hand, namelijk dat
de islam niet alleen staat in de kwalijke teksten: ‘In zeer vele religieuze
tradities (ook de Indische) treffen we passages aan die haaks staan op ons
modern aanvoelen, en inspireren tot haat, geweld en sadisme. Ook de
christelijke kerken erkennen nog steeds de perverse Hebreeuwse geschriften als heilig.
(…) de kruisvaarders en conquistadores deden dan ook steeds een beroep op het
Oude Testament om hun wandaden goed te praten.’
In hoeverre dit in ‘zeer vele religieuze
tradities’ voorkomt, ook die buiten het monotheïsme, is echter maar de vraag.
De Indiase, die ik een beetje ken, staan bol van oorlog en broedertwist, maar
roepen nooit op tot strijd tegen andersgelovigen als zodanig. (Eén
onverwachte soort-van-uitzondering: de mythische halfgod Hiraṇyakaśipu
wordt gedood omdat hij, precies als Jahweh, een ‘jaloerse god’ is die de
verering van andere goden niet duldt.) Wanneer Alexander de Grote Egypte
veroverde, sloeg hij de tempels niet aan stukken, zoals bij moslimveroveringen,
maar ging hij er offeren om de plaatselijke goden te vriend te houden.
Maar goed, mensen met een joodse of
christelijke achtergrond kunnen beter voorzichtig zijn met hun veroordelingen,
want hun eigen geschriften zijn soms ook bedenkelijk. Echter, daarin is er nog
een belangrijk verschil met de islam. De Bijbel bevat enkele passussen die het
Woord van God zouden zijn, zoals de Tien Geboden, maar worden verder erkend als
mensenwerk; terwijl de Qur’ān in zijn geheel geopenbaard heet te zijn.
Daarom geldt hij als veel dwingender en letterlijk te nemen.
De Bijbel is voor het grootste deel verhalend,
niet rechtstreeks normscheppend: je hoeft Mozes, met zijn uitmoording van de
vereerders van Baäl (het Gouden Kalf), niet na te bootsen. Daarentegen, zoals
vele islamitische rechtsgeleerden geschreven hebben: de islam is niet ‘aql,
‘rede’, maar naql ‘nabootsing’. De ultieme grond voor sjari’a-rechtsregels
is het precedentgedrag van Mohammed. Dat geldt tot in de kleinste
bijzonderheden, zoals de typische ‘baard van de profeet’ waaraan je talloze moslims
van Mindanao tot Marokko kan herkennen.
Reeds vóór de moderniteit gaven Bijbelgetrouwen
blijkt van bereidheid tot evolutie. Een bekend voorbeeld uit Mohammeds leven:
in de joodse gemeenschap van Medina ging een geval van overspel gestraft
worden, namelijk door de schuldigen achterwaarts op een ezel en met pek en
veren door de stad te paraderen. De profeet hoorde hiervan, ontbood de joden en
eiste om de betreffende Schriftpassage te zien. De joodse wet legde hier de
doodstraf door steniging op, maar de joden waren die barbaarse bestraffing
ontgroeid. Niets van, zei Mohammed, stenigen! En dan wordt de steniging
beschreven: hoe de man de vrouw nog met zijn lichaam trachtte te beschermen,
tot beiden bezweken.
Daarom zou ik niet te vlot meegaan in Daniëls
inschatting: ‘Het louter bestaan van die onheilige traditie betekent niet dat
de religies die daaruit groeien zich in de praktijk niet kunnen zuiveren. Het
christendom is daarin, gelouterd door onder andere het schuldgevoel na de
Holocaust, voor een goed stuk in geslaagd en er is geen enkele reden om niet
aan te nemen dat iets dergelijks ook sommige islamitische stromingen zal
lukken.’ Het kan inderdaad, maar in het geval van de islam is de weerstand
tegen die modernisering een stuk taaier.
Daarom is het echt nodig dat politici hier een
zeer beginselvaste houding aannemen en een strategie uitwerken die op maat van
de islamitische uitdaging gemaakt is. ‘Inclusie in onze samenleving van die
moslims die oprecht tot onze samenleving willen behoren, en waakzaamheid voor
de wolven in schaapsvacht, bij hen en bij ons’, wat De Wevers programma zou
samenvatten, blijft een juiste leidraad. Maar, zoals Daniëls terecht opmerkt, ‘dit
gaat niet vanzelf’.
dinsdag 8 december 2020
Hemelse tekens voor een messias en een profeet
Hemelse tekens voor een messias
en een profeet
(Doorbraak, 16 december 2020)
In het zicht van de kerstdagen
kunnen we ons weer aan bespiegelingen over de Ster van Betlehem verwachten. Het
zou om een Jupiter-Saturnus-samenstand in Vissen in het jaar -7 gaan, om een
Jupiter-Venus-Regulus-samenstand in juni van het jaar -2, of andere
configuraties waaraan sterrenwichelaars veel betekenis hechten. Onder de vele
auteurs die er hun licht over hebben laten schijnen noemen we de Vlaamse wetenschappers
(en in dit opzicht tegenpolen) Ronnie Martens, skeppticus, en Jos Verhulst,
antroposoof. Aan die bespiegelingen gaan we hier niets toevoegen. We hebben het
wel over wat die sterrenstand, welke hij ook mag geweest zijn, in de
godsdienstgeschiedenis kan betekend hebben.
Driekoningen
De zogenaamde Ster van Betlehem
duidt er voor de meeste sterrenduiders op dat de geboorte van Jezus iets heel
bijzonders was. Het is redelijk aan te nemen dat die samenstand binnen het
astrologisch wereldbeeld, dat in de Babylonische en Hellenistische cultuur toonaangevend
was, als uitzonderlijk betekenisvol gold (daarom wordt er onder de hedendaagse
erfgenamen van dat wereldbeeld nu volop gespeculeerd over de komende
winterzonnewende, wanneer Jupiter en Saturnus zullen lijken te versmelten). De Romeinen
wijdden zelfs munten aan sensationele planeetstanden, op de keerzijde van ‘s
keizers beeltenis, zonder overigens ooit naar ene Jezus te verwijzen.
Want wat heeft Jezus ermee te
maken? Na een lezing van Verhulst over het beweerde gastoptreden van de door
hem uitverkoren sterrenstand in enkele schilderijen van Pieter-Pauwel Rubens,
hoorde ik een paar ex-katholieken in het publiek mompelen dat er precies toch
iets bijzonders aan die Jezus moet geweest zijn, aangezien zijn geboorte met
zulke gunstige constellatie samenviel.
Het zwakke punt is dat men daar
de sprong maakt van een beweerdelijk unieke planetenstand naar de persoon Jezus.
Dat neemt men van generaties christelijke auteurs over, te beginnen met de
evangelist Mattheüs en zijn Driekoningenverhaal (merk op dat de andere
evangelisten dat onvermeld laten, wat ook niet voor zijn historiciteit pleit).
Tientallen jaren na de sterrenstand in kwestie, en een gelijkaardig aantal
jaren na Jezus’ geboorte, legde hij een verband tussen die twee gebeurtenissen,
voor zover bekend als eerste.
Christelijke sterrenduiding
Vele
hedendaagse christenen beschouwen sterrenduiding als afgoderij en staan
weigerachtig tegenover de gedachte dat christenen belang kunnen gehecht hebben
aan planeetstanden. Dat was echter wel het geval, vooral in de eerste eeuwen en
ook tijdens de Renaissance. Of het klopt wat mijn nonkel pater zaliger uit zijn
studiejaren in Rome getuigde, namelijk dat men bij bisschopsbenoemingen horoscopen
raadpleegde, durf ik niet bevestigen. Maar in de opstelling van de Kerkelijke
kalender is duidelijk met de Dierenriem rekening gehouden: ofwel omdat men er
echt in geloofde, ofwel omdat men op de Grieks-Romeinse gevoeligheden wou
inspelen.
De band van
Kerstmis en Pasen met de winterzonnewende resp. de lente-evennacht is het
bekendste voorbeeld: deze data waren in omzeggens alle antieke culturen van
belang, en de jonge Kerk wou daar niet voor onderdoen. De plaatsing van het
dodenfeest Allerheiligen / Allerzielen in de periode van het doodsteken
Schorpioen is er een ander. Pinksteren als feest van communicatie en
veeltaligheid beantwoordt aan de astrologische betekenis van zijn teken Tweelingen. Op 8 december vieren katholieken de Onbevlekte Ontvangenis van
Maria, en ook dat is om astrologische redenen. Negen maanden na een ontvangenis
volgt een geboorte, dus op 8 september viert men de geboorte van Maria, doelbewust
in het sterrenteken Maagd. Ook het Mariafeest van OLV-Tenhemelopneming viel bij
zijn instelling rond het jaar 600 in de Juliaanse kalender ongeveer samen met
het beginmoment van de Maagd-periode. De katholieke feestkalender is doordrenkt
van heidense sterrenduiding.
Het kan evengoed dat de
evangelist, gretig om ook de astrologie voor de kar van zijn nieuwe leer te
spannen, van de opwinding onder hellenistische sterrenduiders over deze uitzonderlijke
samenstand gehoord had en deze willekeurig op Jezus betrokken heeft. Van de
meeste mensen van niet-koninklijke komaf was het geboortemoment niet of niet
meer bekend, zeker niet tegen de tijd waarin ze het op eigen kracht tot
beroemdheid geschopt hadden. Men kon dus later een geboorteverhaal verzinnen
dat bij hun uiteindelijke status paste.
Mohammeds geboorte
Er is een gelijkaardig geval
bekend: de geboorte van Mohammed. Zoals christenen Kerstmis vieren, en wel op
een uitgekozen datum die waarschijnlijk meer inspeelde op de bestaande
feestkalender dan dat hij een historisch geboortemoment weergaf; zo vieren
moslims elk jaar de geboortedag (miladoe’n-nabi) van de Profeet. Alleen,
ze pretenderen niet de datum te kennen, dus ze vieren zijn geboorte op zijn
sterfdag, die wél bekend is. Dat wat de precieze dag betreft, maar
belangwekkender in dit verband is het jaar.
Moslimbronnen plaatsen Mohammeds geboortejaar
onder een gelijkaardig prestigieuze hemelse vingerwijzing: het Jaar van de
Olifant. Een glorierijk ogenblik in de Arabische geschiedenis was de mislukking
van de belegering van Mekka door een met olifanten uitgerust Ethiopisch
invasieleger. Dat werd genoopt om zich terug te trekken, niet door Arabische
wapenfeiten maar door een zogenaamde hemelse tussenkomst. De teksten gewagen
van een soort stenenbombardement door vogels, maar in het echt betrof het
waarschijnlijk een epidemie.
Toen men Mohammeds leven na diens
dood in 632 ging beschrijven, was de Olifant-generatie praktisch uitgestorven,
maar het prestige van de gebeurtenis galmde nog na. Mohammed was geboren in
570, maar de belegering moet rond 555 plaatsgevonden hebben. Het was echter
allemaal lang geleden en vaag geworden, dus ging men de inmiddels prestigieus
geworden geboorte van de profeet aan het prestigieuze Jaar van de Olifant koppelen.
Als hij in 555 geboren zou zijn, was hij al een oude man toen hij Arabië
veroverde, dus 570 was realistischer, en het was het Olifantjaar dat opgeschoven
werd. Het jaar waarin Allah zich met de lotsbestemming van Mekka had ingelaten,
had hij de stad niet alleen van een belegering ontzet, maar haar ook een
profeet geschonken, zo werd geïmpliceerd.
Alleszins, de twee gebeurtenissen
werden pas post factum verbonden, en daartoe nam men vrijheden met de kalender.
Ziedaar wat met de koppeling van Jezus’ onbekende geboortedatum aan een
opvallende sterrenstand moet gebeurd zijn.
(Genoemde
personen: Ronnie Martens, Jos Verhulst, Jezus, Pieter-Pauwel Rubens, Mattheüs, Maria, Mohammed, Allah)