Posts tonen met het label CD&V. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CD&V. Alle posts tonen

zaterdag 20 februari 2021

Alle hens aan bakboord

 


Alle hens aan bakboord

 

(Doorbraak, 10 februari 2021)

 

Op een schip heet de rechterflank stuurboord, de linker bakboord. Uit ontevredenheid met de linkse koers die de christendemocratische partij zich al vele jaren eigen gemaakt heeft, en waartegen zelfs de gedoodverfd rechtse politici Pieter De Crem en Hendrik Bogaert geen daadwerkelijke vuist hebben durven maken, heeft nu een groepje meestal jongere CD&V-politici, onder leiding van Ward Kennes, zich verenigd onder de noemer Stuurboord. We hoorden er voor het eerst van op Doorbraak (Emile Desimpel en Pieter Smits: ‘Laat de kat maar muizen vangen’, 23 december 2021).

Daarin wil de Stuurboord-groep na de Corona-uitgaven niet ‘onze kinderen en kleinkinderen met een zware erfenis belasten’, en wel ‘de transfers van Vlaanderen naar Wallonië ter harte nemen’. Verder een ‘gezinsvriendelijke fiscaliteit’ en een Coronabeleid dat ‘het belang van religieuze vieringen erkent’; een ‘keuze voor voorzichtigheid en duurzaamheid’ die nauw aansluit ‘bij de christendemocratische gedachte van het rentmeesterschap en een terughoudende visie op maakbaarheid’ en ‘afstand nemen van materialistische ideologieën van alle slag’. Kortom, helemaal de aloude Christelijke Volkspartij. Het bestaan van deze tendens werd ook gesignaleerd in De Standaard van 25 januari.

 

Bakboord

In reactie tegen hen heeft een andere groep een vrije tribune in De Standaard gepubliceerd: ‘Stuurboord noch bakboord, wel aan boord’ (29 januari 2021). Ook daar gaat het om een groep backbenchers met een veteraan als boegbeeld, namelijk Reginald Moreels.

De groep is niet eerlijk genoeg om zichzelf Bakboord te noemen (verder dus zonder hoofdletter), hoewel in hun tekst alleen nijdige uithalen naar groepen rechts van hen voorkomen, zowel binnen als buiten de partij, maar geen enkele naar groepen links van hen. (Vreemd dat de Standaard-redactie die nochtans duidelijk bevriende groep niet in zijn eigen belang aangemaand heeft om het puberale en antipathieke toontje wat bij te stellen.) Hun aandacht gaat uit naar ‘de strijd tegen armoede, de wanhoop van vluchtelingen, mensen zonder papieren, transmigranten, de ellende van daklozen, de uitzichtloze verbanning van gevangenen, de boosheid van slachtoffers van racisme en discriminatie, van slachtoffers van politiegeweld’, stuk voor stuk bekende linkse stokpaardjes.

Daarnaast moeten bekommerdheid om ‘het verdriet van ouders van ongeneeslijke kinderen, de eenzaamheid van ouderen’ en dergelijke punten uit de in hun zuil belangrijke zorgsector de indruk van continuïteit vestigen, zonder ook maar enigszins een ideologisch tegenwicht te vormen voor hun keuze voor links. Alleen ‘slachtoffers van rebelse jongeren’ schijnt aan de nood van de volksmens te beantwoorden, lippendienst aan wie de gevolgen van het door henzelf geprefereerde linkse beleid moet dragen. Echter zonder een schijn van beleid dat daar werk van moet maken, noch in hun manifest noch in de praktijk van de CD&V-ministers, zoals tot vorig jaar de justitieminister Koen Geens.  

 

 

De authentieke christendemocratie

Het vertoog van de Stuurboord-groep heet hier ‘haaks op de fundamenten van de christendemocratie’. De bewering dat zijzelf niet de linkervleugel van de partij zijn, wel de authentieke kern van de christendemocratie, volgt helemaal het huidig vertoog van links. Dat stelt zich namelijk voor als vanzelfsprekend, als op de wetenschap gebaseerd, als gezond verstand, en demoniseert al wie niet meeloopt als extremistisch, als haat en nepnieuws. Het blijkt echter klinkklare onzin als je hun programma naar het verleden transponeert: was de partij van Gaston Eyskens groot geworden als de partij van de ‘mensen zonder papieren’?

Lang geleden was de Katholieke Partij dé rechterzijde in de Belgische politiek. Dat bleef zo nadat zij in 1945 de Christelijke Volkspartij geworden was. Zij was weliswaar wat naar links opgeschoven, maar dat deden de liberalen ook; zoals men rond 1970 zei: ‘We’re all socialists now.’ (Dat ook de liberale zuil ooit, als belichaming van het Verlichtingsdenken, tegenover de religieuze partijen als links gold, blijkt nog uit de naam van de Deense rechtsliberale partij Venstre, wat ‘links’ betekent.) Na het ontstaan van de Volksunie, die zich aanvankelijk eveneens christelijk noemde, was er mogelijk een snipperpartij ter rechterzijde, maar ook zij gaf toe aan de tijdsgeest en naarmate zij groter werd, schoof zij mee op naar links.

Door de teloorgang van het christelijk geloof in onze samenleving verloor de christelijke zuil zijn identiteit. Dat is na lang een feitelijke toestand geweest te zijn, tenslotte geformaliseerd in het afstoten van het woord ‘christelijk’ of ‘katholiek’ uit de naam van allerlei geledingen van de ‘Roomse’ zuil, bijvoorbeeld het omdopen van het Algemeen Christelijk Werkersverbond tot het ideologisch wazige De Beweging. Dat verlies van een ideologische ruggengraat vergemakkelijkte de overname van de linksgezinde tijdsgeest. Aangaande alle hete hangijzers van vandaag is hij nauwelijks te onderscheiden van zijn socialistische rivalen.

 

 

Tijdsgeest

Jean-Luc Dehaene had hetzelfde aggiornamento willen opleggen aan de partijnaam CVP, maar de naamsverandering tot CD&V behield zijdelings het woord ‘christen’ en voegde er verrassend, tegen de steeds belgicistischer tijdsgeest in, zelfs het woord ‘Vlaams’ aan toe. En hier ligt het zwaartepunt van de bakboord-opstand tegen de reëel bestaande christendemocratie: de partijleiding, en zeker de Stuurboord-groep, durft warempel om nog trouw trouw te blijven aan het engagement pro Vlaams zelfbestuur van de vorige generaties. Die trouw aan de partijstandpunten op communautair gebied heet hier: ‘Ze stappen moeiteloos mee in het dogmatische duale denken dat “Vlaanderen” systematisch uitspeelt tegen “Wallonië”.’ Zelfs de naam ‘Vlaanderen’ moet tussen aanhalingstekens, alsof het niet echt bestaat.

De Vlaamse beweging houdt deze evolutie best in het oog. Hoewel de bakboordvleugel niet goed ter tale is, heeft hij wel de wind in de zeilen. Onder de Vivaldi-regering en met uniform vijandige media is Vlaanderen volledig in het defensief, ook binnen CD&V.

Nog een stuk tijdsgeest dat de linkervleugel in de kaart speelt, is het aantreden van Joe Biden. In zijn inauguratierede zalfde hij door het woord ‘verbinding’ in de mond te nemen, en verder deed hij (net als in zijn verkiezingsredes of in de mediacommentaren) aldoor het tegendeel: hij zweepte verder de haat tegen de Deplorables op. Dat vonden de bakboord-ondertekenaars ‘heel christendemocratisch klinken’. Het is meteen de opstelling van de hele linkerzijde: fulmineren tegen de ‘polarisatie’ en inmiddels haat spuien tegen alle andersdenkenden.

De CD&V-ers moeten maar onder elkaar uitmaken of de linkervleugel de ziel van de christendemocratie mag kapen. Maar wat daar gebeurt is veelbetekenend voor de politieke machtsverhoudingen in het algemeen.

 

 

 

(Pieter De Crem, Hendrik Bogaert, Ward Kennes, Emile Desimpel, Pieter Smits, Reginald Moreels, Koen Geens, Jean-Luc Dehaene, Gaston Eyskens, Joe Biden)

donderdag 9 mei 2019

De mens centraal?




De mens centraal?



Het boek “De mens centraal”, samengeteld door Dries Deweer en Steven Van Hecke, actualiseert de ideologie van de christendemocratische zuil, namelijk het personalisme. Het bevat zeventien essays, meestal door mensen uit de zuil zelf. Noteer echter ook een Jos Geysels, die voorspelbaar tegen de neoliberale mantra’s van leer trekt en hen pensée unique noemt; een Jonas Slaats, oud-medewerker van Bert Anciaux, nu pleitend voor een terugkeer naar religieuze tradities; filmdame Btisam Akarbach, die die voorzet inkopt door het personalisme voor de kar van de hoofddoek, de “dialoogschool” en dus de islam te spannen; en een Geert Noels, die de neoliberale boeman van het gezelschap had kunnen zijn doch met zijn pleidooi voor een “economie op mensenmaat” de juiste snaar raakt. Nadat de personalistische leer sinds de opkomst van eerst nieuw-links en recenter het neoliberalisme in de verdrukking geraakt is, ambieert het boek om hem een nieuwe adem te geven.

Het personalisme als begrip, met wortels in het neothomisme en de pauselijke encycliek Rerum Novarum, wordt in de eerste vier essays uitgelegd. Hoewel het klinkt als “individualisme”, beklemtoont het (naast de uniciteit en een beetje de spiritualiteit van de persoon) juist de verbondenheid. Dat begrip heeft in de mond van Wouter Beke een sinistere anti-libertaire bijklank gekregen, maar op zich kan niemand ertegen zijn. Het komt voort uit denkwerk van Franse katholieke denkers in het interbellum, inz. Jacques Maritain (schrijver van “Humanisme Intégral”: een humanisme dat ’s mensen religieuze dimensie negeert, is geen integraal humanisme) en Emmanuel Mounier, stichter van het blad Esprit. Het is als term een eeuw geleden door Charles Renouvier bedacht, en is in ons land bekend geworden via Albert Dondeyne. Zij wilden zich van het enge kerkelijke keurslijf losmaken maar toch het belang van de verticale dimensie in het menselijk samenleven beklemtonen – juist degene waar hun moderne nazaten van wegkijken.  

Het seculiere begrip “personalisme” is, meer dan “christendemocratie”, de link tussen CD&V en CDH geworden, welk laatste alle banden met het christendom formeel afgestoten heeft. Door zich “humaniste” te noemen, heeft het CDH erg lichtzinnig de in België sterk antiklerikale erfenis van het “humanisme” omarmd en haar traditionele “unique selling proposition” in het Waalse politieke landschap over de haag gegooid. Ook de CD&V minimaliseert die band liefst: reeds Jean-Luc Dehaene zei dat hij de naamsverandering (uit Christelijke Volkspartij) een gemiste kans vond om de verwijzing naar de christelijke wortels weg te laten. Zoals Charles-Maurice de Talleyrand al zei, moet een leider zijn volgelingen volgen; en inderdaad, de zuil richt zich maximaal naar de trends die zij bij zijn draagvlak ontwaart. Daarom heeft de ontkerkelijking uiteindelijk van het “Algemeen Christelijk Werknemersverbond” de nietszeggende “Beweging” gemaakt.

Nu goed, ook bij de ontkerkelijkte generatie zou een centrum-ideologie (“het moedige midden”) wel een bepaald publiek kunnen aanspreken. Dat is aan de electorale wegdeemstering van CD&V echter niet te zien.

Wie hier qua stijl deels nog als relikwiegetuige van het oude Roomse leven kan dienen, is Mieke Van Hecke, lang hoofd van het katholiek onderwijs. Zij neemt echter onomwonden het linkse standpunt in waarmee CD&V zich momenteel tegenover de N-VA profileert, met de bekende tirade tegen prestaties en economisch nut die ons onderwijs al decennialang stap voor stap aan het kelderen is. Wel valoriseert zij sterk een ander personalistisch kernbegrip, het rentmeesterschap (vandaag ook “radicale duurzaamheid” genoemd). In de Groene tijdsgeest is het idee dat wij geen eigenaars maar rentmeesters zijn over Gods natuur natuurlijk zeer welkom. Zij stelde wel vast dat de kinderen van nu hun eigen wortels niet meer kennen. Als je niet te nauw definieert wat dan wel die wortels zijn, kunnen wij ons bij die vaststelling allemaal aansluiten. Alleen is minder duidelijk welke rol haar partij, die al sinds het Stenen Tijdperk in de macht deelt, daarin gespeeld heeft.

Die vraag zou met betrekking tot alle concretere hoofdstukken kunnen gesteld worden. Wat maakt CD&V bijvoorbeeld van “de mens centraal stellen” inzake de EU en de migratieproblematiek? Christendemocraten als Jean-Claude Juncker, Angela Merkel of Marianne Thyssen orakelen graag over Europese waarden, waarmee ze bedoelen: open grenzen, het zich laten bedriegen met tranerige nepverhaaltjes, en uiteindelijk islamisering en omvolking. Maar Europa, dat is in de eerste plaats de Europese bevolking zelf. Het is naar haar dat hun beleid zich zou moeten richten. Laat ons dus inderdaad de mens centraal stellen.