zondag 18 augustus 2019

Gulliver vrij! Lessen uit de ontgrendeling van Kasjmir


('t Pallieterke, 15 aug. 2019; eerst aangeboden aan VRT-NWS, maar onbeantwoord)

In Jonathan Swift’s satirische roman Gullivers Reizen wordt de grote forse held op zeker ogenblik door de kleine mensjes van het eiland Lilliput aan de grond vastgebonden. Wat kan hij nu nog doen met al zijn kracht? Hij moet het maar machteloos ondergaan als de Lilliputters besluiten om zijn ogen uit te steken. Alleen de hulp van een vriend stelt hem in staat om zich tijdig te bevrijden.
Zo zien we in de wereld ook machtige actoren die met fijne draadjes in hun bewegingssvrijheid beperkt worden: dat zijn de wetten en verdragen. Zoals de draad zijn zij op zich goede uitvindingen: zij beletten bijvoorbeeld dat grote en machtige staten de kleintjes verslinden. Maar zij kunnen eveneens misbruikt worden, bijvoorbeeld om hen aan de grond te houden en te beletten hun vleugels uit te slaan.

Kasjmir
India had zichzelf laten vastbinden aan een regeling voor zijn deelstaat Kasjmir die een soevereine staat onwaardig is. Zijn eerste premier, Jawaharlal Nehru, had in de grondwet van 1950 een voorziening laten opnemen (die zich weliswaar “voorlopig” noemt en altijd door de president zou mogen herroepen worden) als zouden, behalve inzake buitenlands beleid en fiscaliteit, de Indiase wetten niet automatisch in Kasjmir gelden: artikel 370. Een zeer tastbare implicatie, uitdrukkelijk vastgelegd in een door de president ingevoegd grondwetsartikel 35A, was dat het deelstaatparlemnt kon bepalen wie Kasjmiri is, en aan alle anderen in de deelstaat de toegang tot het openbaar ambt, tot studiebeurzen, tot de aankoop van onroerend goed en tot permanente bewoning mocht ontzeggen.
We gaan het hier niet hebben over het communautaire aspect, behalve om even te vermelden wat iedereen weet, namelijk dat Kasjmir de enige Indiase deelstaat met een meerderheid aan moslims is (wat verklaart waarom geen enkele regering aan die voorrechten durfde raken); en wat de meesten niet weten omdat de media het verzwegen hebben, namelijk dat die meerderheid de minderheid (nagenoeg een half miljoen hindoes) in januari 1990 gewelddadig uit het kerngebied van Kasjmir verdreven heeft. Sindsdien klinkt de roep om het bijzondere statuut van Kasjmir te beïndigen des te luider.
Op 5 augustus 2019 is het er dan eindelijk van gekomen: binnenlandminister Amit Shah maakte een verordening van president Ram Nath Kovind bekend, die artikel 370 (in toepassing van het artikel zelf!) en artikel 35A buiten werking stelde. De maatregel werd in het hogerhuis door ruim twee derden goedgekeurd, 125 tegen 61, en in het lagerhuis door een nog grotere meerderheid van 370 tegen 70 – een buitengewoon sterk democratisch mandaat.
De internationale reacties waren echter niet altijd positief. De meeste media geven sowieso een negatieve draai aan alles wat de regering van premier Narendra Modi verwezenlijkt; De Standaard blokletterde op 5 juli 2019 zelfs over een “fascistisch” India (de term komt van oppositielid Mahua Moitra, die echter uitbundig bejubeld wordt). Bij deze gelegenheid was het vermakelijk om zien hoe allerlei kampioenen van de Open Grenzen nu opeens de pas afgeschafte gesloten grens van Kasjmir tot toetssteen van democratie en mensenrechten uitriepen.

Een rolmodel
In zijn vorige ambtstermijn verraste Modi zijn bevolking door plots alle geldbriefjes te ontwaarden en te vervangen, zodat al het zwart geld boven water kwam en het geldverkeer naar de banken afgeleid werd: een omstreden maatregel, maar alleszins gedurfd. De Kasjmir-maatregel is voor de meeste Indiërs helemaal niet omstreden, maar wel even verrassend. Maar eens deze hindernis genomen, vraagt iedereen zich af: waarom nu pas? Wat hield ons tegen? De maatregel maakt een eind aan een uitzonderingssituatie, hij herstelt de normale bevoegdheid van een regering over heel haar grondgebied. 
Zo zijn er vele rechtskundige spitsvondigheden die een normale werking van de instellingen bemoeilijken, overal ter wereld maar vooral bij regimes geleid door zwakkelingen zoals het onze. Bijvoorbeeld: België heeft zich er ooit toe verbonden, nooit een einde te zullen maken aan het recht op “gezinshereniging” voor Turken en Marokkanen. Ik laat het aan rechtsgeleerden over om uit te maken of dat verdrag al geen overtreding van de grondwet was, want controle over de toegang tot het grondgebied is toch een wezenlijk attribuut van soevereiniteit, en ook democratisch verkozen politici hebben niet het recht om die soevereiniteit weg te ondertekenen. De bevolking wil een immigratiestop, maar de regering kan daar niet aan wegens een al te gevoelerig ontzag voor dat twijfelachtig verdrag, dat elke regering met zelfrespect in de huiige omstandigheden gewoon zou opzeggen. Dat laatste dan onder de onverwachte toejuichingen van de opengrenzenlobby, die inzake Kasjmir juist de weldadigheid van een (zelfs binnenlandse) immigratiestop ontdekt heeft.
                ”Politiek is het onvermijdelijke mogelijk maken.” Sta niet te taffelen en redenen te verzinnen waarom het vanzelfsprekende en door een grote meerderheid gewenste onmogelijk zou zijn. Neem een voorbeeld aan Modi, herstel de normaliteit, en laat gebeurlijke rechtskundige betwistingen daarna plaatsvinden. Daar is niets meer voor nodig dan vijf minuten politieke moed..


Geen opmerkingen:

Een reactie posten