Posts tonen met het label Wilders | Geert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wilders | Geert. Alle posts tonen

dinsdag 20 juni 2017

Wilders tegen de islamofobie




Geert Wilders’ Partij voor de Vrijheid heeft de 26-jarige Vlaamse ingenieur Sam Van Rooy als medewerker geschorst. Naar haar mening had hij enkele moslima’s lastig gevallen, namelijk door hen op straat te filmen omdat hij hun boerka een provocerend teken van achterlijkheid vond; en vooral door hen, op de facebookschakel naar zijn filmpje, "tuig" te noemen.  Wilders trekt hiermee duidelijk de lijn tot waar zijn “islamofobie” gaat: ja aan de ideologiekritiek en de politieke inperking van de islam, nee aan pesterijen tegen moslimse medeburgers. En zo hoort het.
Van censuur is in deze zaak geen sprake: een politieke partij is geen overheid en heeft binnen de grenzen van de wet en de aangegane contracten alle vrijheid om wie dan ook aan te werven, te ontslaan of op non-actief te zetten. Van Rooy is niet gemuilkorfd, hij mag zijn filmpje nog steeds op het internet verspreiden, alleen niet als PVV-medewerker. Er bestaat een fundamenteel mensenrecht op vrije meningsuiting, niet op onvoorwaardelijk emplooi bij een bepaalde werkgever.
In een ideale wereld zou ik de maatregel van de PVV als een overreactie beschouwen. Gefilmd worden is geen pretje maar is tegenwoordig op openbare plaatsen meer regel dan uitzondering, dus zo’n zware pesterij was dit allemaal niet. En wie per se in boerka de straat op wil, moet ertegen kunnen dat de omgeving daar commentaar op geeft. Maar in de wereld van vandaag kan een islamkritische partij zich zulke onkiese stunts niet veroorloven. Nu Wilders’ vijanden volop proberen om hem de massamoord in Oslo (waarover, na rustig beraad, volgende week meer) in de schoenen te schuiven, komt het wel zeer goed uit dat hij pas een week eerder in eigen vlees gesneden heeft om iedereen duidelijk te maken dat zelfs geweldloos lastig vallen van moslims buiten zijn werkstijl valt, laat staan het gebruik van geweld.


Feestdebat

Het incident in de PVV mag als gelegenheid dienen om nog eens scherp te stellen wat onze houding tegenover de islam moet zijn. We doen dit aan de hand van enkele opgemerkte uitspraken uit het debat over “Zomer in de Arabische lente” op de Gentse Feesten, 23 juli 2011. De show werd er gestolen door prof. Sami Zemni, die een uitstekend overzicht gaf van de gebeurtenissen van het jongste jaar in de Arabische wereld; en door Chokri ben Chikha, toneelmaker en net als Zemni van Tunesische afkomst, die toegejuicht werd omdat hij kort voor het uitbreken van de rebellie zelf op tv  het regime had durven bekritiseren.
Zemni beklemtoonde dat de pro-democratische (of althans anti-regime) signalen vanuit de bevolking helemaal niet van islamitische organisaties uitgingen. Daarop volgde de inmiddels bekende triomfantelijke vraag: waar blijven de islamcritici nu, Etienne Vermeersch, Benno Barnard en de anderen die een tegenstelling tussen islam en democratie poneren? Volgens hem bewees de Arabische lente dat islam en democratie wel samengaan. Nee, natuurlijk. Anders dan postmodernisten als Zemni beweren (maar zoals alle moefti’s zullen bevestigen), heeft de islam wel degelijk een onveranderlijke essentie, vastgelegd in de grondteksten; en die is onverenigbaar met democratie en moderniteit. Daarom dat men niet (zoals Zemni zelf vaststelt) met de groene vlag voor democratie betoogt.
Maar waar de Arabische lente ons wel aan herinnert, is dat er naast de islam ook andere factoren zijn in het leven van mensen die zich moslim noemen. De revolte rond zuiver wereldse en bij uitstek moderne strijdpunten illustreert wat ikzelf al twintig jaar schrijf, namelijk: er is een wedloop aan gang tussen enerzijds de politiek-militaire en demografische expansie van de islam en anderzijds de uitholling van de islam van binnenuit. De voorhoede van mondige ex-moslims bewijst dat er aan Arabieren niets intrinsiek islamitisch is, en vroeg of laat zal zij gevolgd worden door bredere bevolkingslagen.  De Arabische lente is een stap in die richting. Hetzelfde proces is aan gang in Europese moslimkringen, en daarom moeten onze islamcritici altijd een vriendelijk welkom klaar houden voor Ali’s en Fatima’s die levensbeschouwelijk tot de jaren des onderscheids komen.
D e nationale fierheid is één van die motieven die haaks staan op de islam (zonder zich als anti-islam te afficheren, wat maar een pro-islamreactie zou oproepen). Volgens Brecht De Smet, één van de oriëntalisten in het panel, is het nationalisme dé grote winnaar van de Arabische lente. Het debat opende trouwens met een videoclip van het Tahrîr-strijdlied, op youtube te vinden onder de titel: “Long live Egypt”. Geen woord islam daarin, wel gaat het over “wat onze voorouders begonnen: ons leven opbouwen in waardigheid”, en “leve Egypte, de moeder van de wereld”, een duidelijke verwijzing naar het heidense faraorijk. Tegelijk noteerde Zemni een vernieuwd pan-Arabisch gevoel van lotsgemeenschap, veertig jaar na de mislukking van Nasser’s panarabisme. Daarom ook dat de revolte plaatsvindt in de Arabische landen met een inheemse midden- en arbeidersklasse, niet in de “rentenierstaten” die hun inkomen uit olie-uitvoer halen en het werk aan rechteloze onmondige gastarbeiders uitbesteden.


Onafhankelijkheid

Zemni wimpelde de Westerse term “facebookrevolutie” af als zelfvleierij, alsof “onze technologie hun de democratie brengt”. Uiteraard was er geen Arabische lente geweest zonder mensen van vlees en bloed die het risico namen om te gaan betogen. Maar hun beslissing om dat te doen heeft toch wel iets aan de nieuwe media te danken, want die hebben hun horizon geopend, voorbij de moskee en de staatsmedia. Hier geldt een beetje dat “the medium is the message”, de moderne media doen het denken evolueren zelfs als men ze aanvankelijk gebruikt om reactionaire boodschappen te propageren. Maar de les voor Europese islamcritici is ook hier dat dit bewijst hoe Arabieren “van Rabat tot Bagdad” evenzeer toegankelijk zijn voor idealen van vrijheid en sociale rechtvaardigheid, en dat je hen daarop kan aanspreken in plaats van hen tot de hun opgelegde islamdimensie te herleiden.
Het volgens mij meest hoopgevende gebeuren van dit jaar liet Zemni onvermeld. Het is misschien niet oorzakelijk verbonden met de revoltes, maar staat echt wel onder hetzelfde gesternte: dat Soedan aan Zuid-Soedan de onafhankelijkheid verleend heeft. Een islamitisch regime dat aan een groot gebied met een miljoenenbevolking toestaat om de islam als staatsgodsdienst en het Arabisch als bestuurstaal af te schaffen, dat is nog niet vaak vertoond. Helemaal vrijwillig was het niet, het land stond onder grote internationale druk, maar in ieder geval heeft het een reuzenstap in de richting van de moderne internationale rechtsorde gedaan. Religieus gedreven groepen kunnen al eens de wereld trotseren, maar uiteindelijk buigt de moslimwereld het hoofd voor de geopolitieke werkelijkheid. Realisme overtroeft uiteindelijk de islam.
Ook in Europa bestaat er weliswaar een probleem maar geen reden tot paniek. Daarom is het maar juist dat Geert Wilders zijn overijverige medestanders tot kalmte aanmaant.


('tP, 27 juli 2011; BJ)

maandag 19 juni 2017

The Brussels Journal in het oog van de storm

  PDF Print E-mail
       


Sir Winston Churchill, toch al in opspraak sinds het bombardement op Dresden, zal nu zeker niet lang meer geëerd worden met standbeelden en straatnamen. Hij is immers één van de inspiratoren van de moord op 77 mensen, vooral Noorse jongsocialisten, door Anders Behring Breivik op 22 juli 2011. Toen hij in geschrifte de islam fanatiek en retrograde noemde en Mein Kampf met de Koran gelijkstelde, als een Geert Wilders avant la lettre, had hij toch moeten weten dat zulke haattaal ooit ergens eens een zieke geest tot gewelddaden zou bewegen? Dat kan hij toch niet meer ontkennen nu blijkt dat Breivik hem in zijn manifest in die zin citeert? Maar liefst 25 keer komt zijn naam erin voor!
Ziedaar, mutatis mutandis, het oordeel van onze media en opiniemakers over alle mensen die genoemd worden in Breiviks manifest. Dat zijn niet alleen Paul Beliën en de pseudonieme Noor Fjordman, medewerkers van de Brussels Journal; maar ook vrijheidsstrijders Karel Martel, Jan Sobieski en de genoemde Churchill; conservatieve denkers als F.A. Hayek, Roger Scruton en Theodore Dalrymple; schrijvers als William Shakespeare, George Orwell en Imre Kertesz; Oostblokdissidenten als Vladimir Bukovsky en Vaclav Havel; ex-moslims als Younus Shaikh, Anwar Shaikh, Ibn Warraq, Salman Rushdie, Ayaan Hirsi Ali; en kritische oriëntalisten als K.S. Lal, Bernard Lewis, Patricia Crone, Hans Jansen en, jawel, uw dienaar.
Vooraleer op de belangrijke zaken in te gaan, eerst even de mistige geruchten rond mijzelf uitklaren. De conformistische opiniemakers zijn uitgelaten omdat ze nu toch nog een multicultureel punt menen te kunnen scoren na de jongste tijd veel terrein verloren te hebben (Wildersvonnis, boerkaverbod, minaretreferendum, premiers die multicultuur mislukt noemen, steeds meer donkerhuidige islamcritici die niet als “racist” kunnen zwartgemaakt worden). In hun euforie hebben ze kwistig het etiket “inspiratiebron van Beirvik” rondgestrooid, ook in mijn richting. Volgens Le Soir (30-7) heeft Beirvik “ruim geput uit de geschriften” van ondergetekende. Ik blijk zelfs belangrijk genoeg om genoemd te worden in een lijstje van welgeteld drie voorbeelden, samen met UNA-bomber Ted Kaczinsky en Fjordman, in de Franfurter Presse (“Unerwünschter Sympathisant”, 26-7). Een persmededeling van de belgicistische lobbygroep BUB opent het lijstje van gecompromitteerde “Vlaamsnationalisten” met mijn naam, en stelt vast dat ik maar liefst vijf (cinq) keer geciteerd wordt. Dat is een leerrijk detail.
In feite word ik slechts twee keer geciteerd, bij één van die citaten wordt mijn naam twee keer genoemd, en heel academisch horen er dan nog twee bibliografische voetnoten bij waarin mijn naam natuurlijk herhaald wordt. In beide gevallen gaat het niet om een aanhaling door Breivik, maar door andere auteurs (Srinandan Vyas op p.140, Fjordman op p.339) van wie hij artikels in hun geheel gereproduceerd heeft. Maar blijkbaar hebben de BUB-ijveraars niet zo nauwkeurig gekeken of geteld. Dat mijn naam in het manifest van Breivik opduikt, is voldoende bewijskrachtig als “band” tussen mij en Breiviks misdaad; wát ik geschreven heb, behoeft dan geen lezing meer.  Dat is de toepassing van een door “antifascisten” en aanverwante “waakhonden” veelbeproefde viswijfredenering.
Als een klappei bij haar buurvrouw een man ziet binnengaan en pas uren later weer vertrekken, dan hoeft ze heus niet aan de deur te gaan luisteren naar wat er daar precies gebeurt: die details kan ze zelf wel invullen om bij het volgend koffiekransje met een goed verhaal te kunnen uitpakken. Al mijn hele loopbaan als publiek intellectueel word ik aan allerlei bewegingen gekoppeld omdat ik ooit eens voor een blad geschreven of een groepering gesproken heb, zonder dat ooit ingegaan werd op wat ik daar dan geschreven of gezegd heb. (De enige poging tot weerlegging van een islamstelling van mij was Lucas Catherine’s argument, in zijn boek Vuile Arabieren, 1992, dat “de Koran al een oud boek is”, en zijn inhoud dus niet erg relevant meer voor de hedendaagse islam; dat mag hij eens in een moskee gaan herhalen.) Het behoort immers tot de zeden der linkse Belgen dat zij alleen met gelijkgezinden omgaan: in hun wereld impliceert louter contact of samenwerking inderdaad gelijkgestemdheid. Bij deze gelegenheid wordt die redenering tot het uiterste doorgetrokken: hier is contact zelfs geen wederzijds contact, het volstaat dat Breivik iemand gelezen heeft, om te besluiten dat er een “link” tussen beiden is, en zelfs een gedeelde verantwoordelijkheid. 
Is er een verband tussen de citaten en de moord? Wetenschappelijk noch moreel valt er alvast niets op aan te merken. Het is wel degelijk zo dat Hindoe Koesj, de naam van een bergketen in Afghanistan, “hindoe slachting” betekent. Volgens de 13de-eeuwse Marokkaanse reiziger Ibn Battoeta was dat omdat talloze hindoe die door de moslims als slaaf weggevoerd werden, daar van kou en uitputting stierven. Dat is gewoon een historisch feit, en dat is, samen met mijn vaststelling ervan, in het publieke domein. Iedereen is vrij om het aan te halen, ook Vyas, en zelfs Beirvik.
Het tweede citaat betreft niet het verleden maar een extrapolatie vanuit hedendaagse trends naar de toekomst. Fjordman bespreekt mijn stelling dat de islam, ondanks zijn huidig indrukwekkend vertoon van politieke en demografische expansie, eigenlijk op zijn laatste benen loopt. Na het wegvallen van de petroleumbonanza zal de moslimwereld vaststellen dat hij hopeloos achterop geraakt is en zich naar het model van vooruitstrevender beschavingen richten. Ook vandaag reeds zijn zeer veel moslims de islam ontgroeid; de ex-moslims die daar openlijk voor uitkomen, zijn de top van de ijsberg. Wel kan de islam vóór het einde nog wat successen boeken, met name in Europa als dit niet adequaat reageert. Deze voorspelling is uiteraard geen zekerheid, maar ze valt alleszins binnen de rationele analyse van verifieerbare gegevens.
Ik heb volstrekt geen reden om mij door Breiviks wandaad in verlegenheid gebracht te voelen.  Integendeel, ik heb altijd zeer consequent gepleit voor een vreedzame en intelligente oplossing voor het islamprobleem. Lees bv. mijn artikel uit 1992 getiteld “De dreiging van de islam”. Aha, als dat geen Breiviktitel is, hoor ik sommigen al juichen. Wel, daarin schreef ik dit, nog wat bombastisch geformuleerd maar volkomen juist: "De enige uitweg bestaat erin, de islam zelf onderuit te halen.  Dat kan alleen als de moslims zelf hun geloof in de islam verliezen.  Momen­teel zijn er dus al talloze moslims die niet in bepaalde (en met name de meest on­verdraagzame) islamdoctrines geloven: dat is het essentiële 'onderscheid tussen moslim en islam'. (...) De intellectuele en vervolgens de politieke elites in de islamwereld moeten gaan inzien dat er op gebied van geestelijke cultuur iets beters bestaat dan deze dogma's (...) Eindelijk is het mogelijk om aan volksop­voeding op planeta­ire schaal te doen, en te laten weten dat het exclusivisme van de profetische openbaring achterhaald is door meer universeel inpasbare vormen van cultuur en spiritualiteit." (TeKoS  68, p.86) Ik loof een prijs van één euro uit voor wie daarin, of in eender welk islamgeschrift van mij, een oproep tot geweld kan vinden.
Als Breivik dat nu ter harte genomen had, dan was er op 22 juli in Oslo niets gebeurd. Maar ik heb natuurlijk geen invloed die tot daar reikt. Veel invloedrijker dan het handvol islamkritische bloggers zijn de mainstream-media. Die verspreiden bv. de absurde racialisering van de islam, d.w.z. doen alsof de islam een soort raskenmerk van de moslims is, een aangeboren en onvervreemdbaar kenmerk, waartegen anderen dan een zogenaamd “anti-moslimracisme” kunnen richten. Vanuit die statische kijk op de moslimidentiteit zag Breivik geen andere oplossing dan de moslims fysiek uit Europa verwijderen.
Hij wanhoopte er echter aan dat de bestuursklasse ooit tot zulk beleid bereid zou zijn. Daarom had hij zich van de politiek afgekeerd. Dat was een gevolg van het klimaat dat de conformistische media geschapen hadden, namelijk een klimaat van wanhoop en antipolitiek. Zij doen alsof de Europese bevolking niets te kiezen heeft en zich maar neer te leggen heeft bij ondermeer de “verrijking” die de islam ons brengt. In veel landen (tot en met Zwitserland) zien we pogingen van de bestuursklasse om de besluitvorming over zulke thema’s aan de greep van de bevolking te onttrekken. Zij verschuilen zich achter oncontroleerbare supranationale machtsniveau’s om de multicultuur op te leggen. Zo zei Johan Leman over het migrantenstemrecht dat het er, willen of niet, zeker komt, want: "Europa zal ons daartoe dwingen". (De Standaard, “Europa stuurt aan op migrantenstemrecht”, 9-3-2002)
Maar er bestaat een politiek antwoord op deze antidemocratische krachten. Geert Wilders reageerde op Breiviks schietpartij met de terechte opmerking dat Breivik geen, maar hijzelf wel vertrouwen had in het politieke proces en de wijsheid van de kiezer. Europa is nog niet verloren en kan langs politieke weg gered worden.


('tP, 3 aug. 2011; BJ)