dinsdag 13 februari 2018

Nabeschouwing bij de zaak-Soetkin


(Nucleus, maart 2003)

"Rechts?  Nee, ik niet!" 

            Zodra begin januari 2003 op internet het bericht begon te circuleren dat een "fascistische" zangeres deel uitmaakte van de groep Urban Trad die België op het komende Eurovisieliedjesfesti­val ging vertegenwoordigen, stond het als een paal boven water dat de muzikante in kwestie van deelname uitgesloten zou worden.  Het was gewoon ondenkbaar dat de staatsomroep RTBF, nog meer een links en anti-Vlaams bolwerk dan zijn nederlandstalige tegenhan­ger, een als rechts gebrandmerkte Vlaamse zangeres zou handhaven.  Het onvermijdelijke is vervolgens ook geschied.  Nu het stof wat is gaan liggen, wijden wij enkele nabeschouwingen aan de zorgwekken­de aspecten van de carrièremoord op zangeres Soetkin Collier. 
            "Rechts?  Neen, wij niet, wij hebben Soetkin uit onze groep gegooid juist omdat zij ons te rechts was": aldus kunnen we het pleidooi pro domo van Soetkins vroegere groep Laïs samenvatten.  Die zangeresjes kwamen ook uit een rechts nest en zijn ook gedebuteerd met optredens voor flamingantisch publiek, maar zij hadden iets eerder dan Soetkin beseft vanwaar de wind waait, zodat ze zich tijdig konden distantiëren van hun foute wortels, ten bewijze hun volgehouden boycot van extreemrechtse evenementen zoals de jaarlijkse 11-juli-viering, officieel feest van de Vlaamse pijler van de Belgische federatie.   
            Verkeerdelijk had De Morgen (22/2), de enige Vlaamse krant die Soetkins uitsluiting toejuichte, geschreven dat de Laïs-zangeressen lid geweest waren van de Nationalistische Studentenvereni­ging.  Daarvan wordt men normaal pas lid op 18 jaar, leeftijd waarop de meisjes al voor hun carrière en tegen hun ideologische wortels gekozen hadden.  Een dom misver­stand eigenlijk, want blijkbaar was het Vlaams-Nationaal Jeugdverbond bedoeld, de jeugdbeweging waarin de familie van één van de zangeressen een voortrekkersrol gespeeld heeft.  Zij was als prille puber lid geweest van VNJ en ook van Vrijbuiter, een groep die zich anarchistisch noemt maar in De Morgen als extreemrechts geboekstaafd staat.  Hoewel formeel onjuist, had het NSV-verhaal dus een iets grotere kern van waarheid dan pakweg de campagne tegen notaris X.  Het is daarom lichtjes ironisch dat juist in deze zaak De Morgen de ongewone démarche gedaan heeft, zich bij Laïs te verontschuldigen wegens de onjuiste berichtgeving.   
            Bedoeling was allicht om met een kleine toegeving verdere juridische verwikkelingen af te wenden.  Omdat het excuus alleen het NSV-verhaal betrof en niet de talrijke andere lasterpraatjes, liet Laïs toch nog een paginagroot Recht van Antwoord (8/3) publiceren.  Na een gedetailleerde weerlegging besluit die tekst met volgende hartekreet, die vertolkt wat inmiddels vele mensen over vele artikels in De Morgen kunnen zeggen: “En wat met geen woorden – ook niet met dit recht van antwoord – recht te zetten valt: er werden met dit artikel mensen op de meest schandelijke manier persoonlijk aangevallen, gekwetst en voor de rest van hun leven gebrandmerkt.  Onvergeeflijk.” 
            Het beoogde resultaat was toen toch al bereikt: paniek en onderlinge afrekeningen in een rechts-flamingantisch hoekje.  Het oogt niet fraai, zo'n Laïs-woordvoer­ster die tegenover een journalist natrapt naar ex-collega en ex-geestesge­note Soetkin om toch maar niet ten onder te gaan aan "schuld door associatie" met haar.  Anderzijds moet vastgesteld dat Soetkin uit hetzelfde vaatje tapt. 


Beginselvast 

            "Rechts?  Nee, ik niet, ik heb altijd gegruwd van racisme en fascisme, ook toen ik aan flamingantische acties deelnam, en ik heb de denkwereld van mijn ouders inmiddels verworpen": aldus kunnen we Soetkins apologie parafraseren.  Zij ontkent niet dat ze één jaar NSV-lid geweest is, maar dat is al zeven jaar geleden en daar moet ze niet ten eeuwigen dage op vastgepind worden.  Het moet voor haar ouders wel pijnlijk zijn dat hun begaafde dochter er voor haar poging tot rehabilitatie niets beters op vond dan alle "schuld" voor haar rechtse besmetting op hen te steken en haar bekering tot de respectabiliteit te doen samenvallen met haar weggroeien uit het ouderlijke milieu. 
            Mensen die om het eigen vel te redden hun vrienden of hun ouders verklikken en veroordelen als reactionaire elementen: het zijn toestanden uit de Sovjet-Unie of uit de Chinese Culturele Revolutie.  Maar nee, deze dingen zijn gebeurd in Vlaanderen in 2003, niet in een nachtmerrie maar in het echt.  En wat het des te tragischer maakt, is dat de betrokkenen blijkbaar de begooche­ling koesterden dat ze zich door het verraad jegens hun naasten aan hun noodlot zouden kunnen ontwor­stelen.  Een muis die door een kat in het nauw gedreven is, blijft hopen en pogen om weg te geraken, maar dat stemt de kat helemaal niet grootmoediger.  Integendeel, die vindt die machteloze muizenspron­gen juist lollig, zoals de antifascis­ten smakelijk grijnzen bij de aanblik van rechtse verschoppelin­gen die mekaar de ogen uitkrabben in de hoop om zelf aan de Anti-Rechtsen-Campagne te ontsnappen. 
            Vanuit onze zetel hebben we natuurlijk makkelijk praten: Soetkin had stoer moeten weigeren om een knieval te doen voor de ideologische terreur van de Wallo-Belgische linkerzijde.  Zij had op haar recht moeten staan, haar recht om lid te zijn van NSV, om mee te doen aan acties van het Taal-Aktie-Komitee (die niets anders beogen dan het doen naleven van de wetten van het Belgische volk, nl. de taalwetten), om tot de rechtse stroming te behoren...  Tenslotte is niets van dat alles onwettig, en heeft zij een blanco strafblad.  Zelfs haar beweerde (doch gelogen­strafte) deelname aan een herdenking van Rudolf Hess zou niet onwettig geweest zijn. Soetkin had dus perfect het recht kunnen opeisen om al zulke wettige dingen te doen, om haar grondwettig recht op vrije vergadering en vrije meningsuiting uit te oefenen, zonder daarvoor door een overheids­instelling (RTBF) op welke manier dan ook afgestraft of gediscri­mineerd te worden. 
            Nu, het kan zijn dat ze inderdaad van het NSV-gedachtengoed en van het politiek engagement in het algemeen weggegroeid is.  Haar werk als leerkracht Nederlands voor migranten zal zeker een gelegenheid geweest zijn om een positiever indruk van vreemdelingen op te doen dan in bepaalde verkrampte Vlaamse milieus gebruikelijk is.  Tegelijk blijft het een feit dat ze de gemakkelijke weg koos door niet de opinievrijheid te verdedigen maar zichzelf van de gewraakte opinies te distantiëren.  We kunnen haar niet verwijten dat ze een minder fiere uitweg geprobeerd heeft, maar we constateren dat deze haar niet geholpen heeft.  Met een beginsel­vaste opstelling had ze nog meer en woestere banblik­sems moeten trotseren, maar het netto-resultaat zou hetzelfde geweest zijn, namelijk de blijvende uitsluiting.  Want ook nu, na haar knieval, is haar uitsluiting niet ongedaan gemaakt.


Discriminatie

            De broodroof van Soetkin Collier is overdui­delijk een geval van discriminatie op basis van politieke en levensbeschouwelijke overtuiging.  Gezien de vloed van nieuwe wetten en clausules die alle mogelijke vormen van discriminatie verbieden, zou men dus denken dat zij voor een rechtbank gemakkelijk haar gelijk zou kunnen halen.  Dat is niet onmoge­lijk, het verdient een poging, maar juist in België heeft de politieke klasse zich ervoor beijverd, het criterium "politieke overtuiging" uit alle anti-discriminatie-regelgeving weg te houden.  Dit met de onverholen bedoeling om maximaal tegen als rechts gebrandmerkte burgers te kunnen discrimineren.  Maar na vergeefse pogingen voor Belgische rechtbanken kan ze dan wel, over vele jaren, haar gelijk halen voor een Europees hof.
            De filosofie achter het verbod op alle discriminaties is dat alle rassen, geslachten, geaardheden, religies enz. als juridisch gelijk­waardig moeten beschouwd worden.  Onder de politieke overtuigingen gelden die van Soetkin, welke die dan ook mogen zijn of geweest zijn, als gelijkwaardig met alle andere, zolang zij tenminste niet het voorwerp van een gerechtelijk veroordeling geweest zijn.  Zelfs in een sovjetiserend rechtsbe­stel waarin bepaalde meningen, zoals racisme, strafbaar zijn, mag niemand wegens dergelijke opvattingen bestraft of benadeeld worden zolang hij niet door een rechtbank schuldig bevonden is aan het belijden van de gewraakte mening.  Welnu, Soetkin is nooit voor enig opiniedelict veroordeeld.  Zelfs in het huidige systeem had het Belgische cultuurestablishment haar niet mogen discrimineren op basis van haar vermeende politieke overtuiging.
            De Waalse cultuurmi­nister Richard Millar en de RTBF zouden kunnen inroepen dat zij onder geen enkele verplichting staan, wie dan ook in te huren om ons land op Eurosong te vertegenwoordigen.  Naast Soetkin zijn er nog miljoenen landgenoten met een blanco strafblad, en die gaan toch ook niet allemaal naar de finale in Riga?  Het is echter te laat voor dat argument, want Soetkin wás geselecteerd en niemand heeft er een geheim van gemaakt dat zij om haar vermeende overtuiging in de ban geslagen is.  De hele anti-discriminatiewetgeving, deels reeds gevestigd en deels nog in de maak, beperkt immers de vrijheid van werkge­vers om mensen te ontslaan: bij elk vermoeden van discriminatoire beweegredenen (die hier door alle betrokkenen openlijk erkend worden) kan de werkgever bestraft worden en gedwongen om de gediscrimineerde werknemer terug aan te werven.
            Polemisch gezien scoorde de minister wel toen hij uitlegde dat "Soetkin Collier tegen België en tegen Europa is en bijgevolg toch moeilijk België in Europa kan gaan vertegenwoordi­gen".  Of flaminganten "tegen Europa" zijn, wil ik betwijfelen, veeleer zijn zij tegen een bepaalde invulling van de Europese gedachte.  Hoe dan ook, het is legaal om een anti-Europese of een Vlaams-separatistische gezindheid te belijden.  Wettelijk en vanuit de antidiscriminatoire filosofie kunnen die opvattingen dus geen uitsluitingsgrond zijn.  Maar goed, mocht Soetkin vanop het podium in Riga haar anti-Belgische ideeën gaan uitdragen (je weet maar nooit waar zo'n flamingantische rioolrat­ten toe in staat zijn), dan zou dat voor België toch wel gênant zijn.  Dus wettig of niet, althans publicitair is het evident beter om zulke toestanden in een vroeg stadium te verijdelen. 
            Daar staat tegenover dat Vlaanderen er jarenlang "culturele ambassadeurs" op nahield die evenmin op hun loyauteit aan de afvaardigende instantie gescreend waren.  Anna Teresa De Keersmaeker en andere verkorenen geneerden zich niet om hun minachting voor Vlaanderen en de Vlaamse instellingen uit te spreken.  En als cultuurminister nam Bert Anciaux vooral initiatieven die Vlaanderen moesten belachelijk maken.  Vlaande­ren, dat zijn ook de Vlaamsha­tende Vlamingen, dus een representatieve culturele vertegenwoor­diging mag ook zulke nestbevuilers bevatten.  Volgens die Vlaamse redenering mag een Belgische afvaardiging ook een anti-Belgische separatiste in haar rangen tellen.  Maar men kan de Walen niet verwijten dat zij meer zelfrespect hebben dan de Vlamingen.


Foute folk

            Mensen uit de folkwereld, te beginnen met de Waalse zanger van Urban Trad, en nadien een schare van 48 muzikanten en andere cultuurbetrokkenen (“Folk is niet fout”, De Standaard, 10-3), hebben er desgevraagd op gehamerd dat folk niet in se rechts of reactionair is.  Tegelijk betreuren zij wel dat die associatie inderdaad bestaat en dat rechtse middens de folk voor hun eigen zaak trachten te recupereren.  Wat is hierover de ware toedracht?
            Dat rechtse middens de macht of zelfs maar de ambitie hebben om de folk voor eigen zaak te recupereren, behoort tot de door links gepropageerde schromelijke overschattingen van dat dronkemansmilieu.  Maar er is nu eenmaal een band tussen inheems en folk.  Tijdens een  folkfestival in Gooik was ik getuige van een interview met de organisatoren door een jong journalistje van een plaatselijk blaadje.  Hun antwoord heb ik niet nauwkeurig opgevangen, maar zijn vraag klonk als een klok: "Ik zie hier alleen blanke festivalgangers.  Is dat hier iets racistisch of wat?"  Wat hij meende vast te stellen, was dus dit: terwijl Vlamingen op het Sfinksfestival naar wereldmuziek luisteren en exotisch gaan dansen op de Antilliaanse Feesten, blijken onze knuffelmigranten zich in hun monoculturele bekrompenheid volstrekt niet te interesseren voor inheemse muziektradities.  Maar hij gaf de Vlamingen de schuld: racisme!
            De moderne herontdekking van de in de tijd van de gebroe­ders Grimm nog levende, vandaag praktisch verdwenen volkscultuur hangt samen met een volkse of, met een beladener term, völkische bewogenheid.  En die heeft zowel een "linkse", namelijk volkse, als een "rechtse" anti-moderne, anti-steedse component.  Als we ons concreet op het naoorlogse Vlaanderen toespitsen, stellen we vast dat het brandmerk "rechts" de folk pas vanaf de jaren '70 is gaan beduvelen.  Mark Grammens heeft getuigd dat jeugdige repressie­slachtoffers zoals hijzelf mekaar terugvonden in de destijds zeer succesrijke volksdansgroepen.  Deze associatie met het collabora­tiemilieu belette overigens niet dat die groepen in de jaren '60 de Israëlische volksdansen hier binnenhaalden.  Naast een politiek nationalisme bestond er immers ook een wijdverspreid nationaal gevoel, dat sympathie had voor de uitingen van nationaal gevoel van andere volkeren, van Israël tot Baskenland.  Dat Vlaamse nationale gevoel leefde ook in de mainstream-jeugdbewegingen, waarvan leden in uniform toen bv. nog in massa de IJzerbedevaart bijwoonden, en waaruit vele linkse contestan­ten voortkwamen.
            In de jaren '60, toen de "kleinkunst" bloeide, was er geen tegenstelling tussen Vlaams en nieuw-links, evenmin als in de jaren '20 van Paul van Ostayen.  Zelfs uit het repressiemi­lieu was een belangrijk segment naar links geëvolueerd, wellicht om nu vanuit een andere hoek dezelfde vijanden te bestrijden: de Belgische bourgeoisie, het Amerikaanse imperialisme.  Het bekendste voorbeeld hiervan was de al genoemde Mark Grammens met zijn Vlaamsgezind maar progressief weekblad De Nieuwe.  In dat klimaat lieten folkzangers zich op Vlaamsgezinde uitingen betrappen waaraan sommigen van hen vandaag liever niet herinnerd worden.
            Wannes Van de Velde is op zijn oude dag een verklaard belgicist, maar in de jaren '60 beviel hij wel eens van Vlaams­voelende verzuch­tingen, bv. in zijn lied over Pieter Breughel die naar Brussel terugkeert: "Dat z'hier de Geus nog brouwen, da's fijn maar dat in 't Frans nu moet zijn, dat vind'k een groot cha­grijn."  Het speelse liedje Wat heb jij vandaag op school geleerd? van de Elegasten combineerde Vlaamsgezinde en anti-autoritaire elemen­ten, typisch in de geest van Leuven Vlaams.  Het schijnt zelfs dat de links-belgicistische zanger Johan Verminnen in zijn prille jaren nog bij de Vlaamse Militanten-Orde geweest is (we verwelko­men preciseringen zijnerzijds).
            Tegen de jaren '80 werd "Vlaams" echter met "rechts" vereenzelvigd, en onder de folkzangers profileren alleen asceten die niet om een carrière geven, zich nog als Vlaamsgezind.  Anderzijds is er sindsdien ook een bloeiende rechtse rockmuziek, allerminst in de Europese genen geworteld maar blijkbaar nuttig om de etnische strijdlust op te wekken.  Laat zij dan tenminste als bewijs dienen dat er geen noodzakelijke identiteit bestaat tussen folk en rechts.


Staatsveiligheid

            Enkele perscommentatoren hebben hun bezorgdheid geuit over de rol van de Belgische Staatsveiligheid in de zaak-Soetkin.  Dat zulk een per definitie geheimdoenerige instelling zo gemakkelijk vertrouwelijke informatie lekt, is inderdaad bedenkelijk.  In dit geval bleek het lek bij de cultuurminister te zitten, maar in het verleden zijn er gevallen geweest waarin mensen van de Staatsveiligheid rechtstreeks bevriende journalis­ten of extreemlinkse activisten (die immers ook aan ficherings­werk doen) tipten.  Zo was de onthulling van de jeugdige contacten van Johan De Mol met het Front de la Jeunesse, onthul­ling die hem ongeacht verjaringstermijn zijn baan als politiecommissaris kostte, de vrucht van een combine tussen een bron bij de Staatsveiligheid en het PvdA-blad Solidair.
            Verder is er het probleem dat de juistheid van de informatie van de Staatsveiligheid niet gegarandeerd is.  Voor een rechtbank kan je maar veroordeeld worden nadat bewijzen geleverd zijn die ook na tegenexpertise of kruisverhoor door de verdediging stand blijken te houden.  In dit geval is iemand gebroodroofd en publiek vernederd op basis van informatie die  gedeeltelijk onjuist en volledig achterhaald bleek, en die in ieder geval niet het voorwerp geweest is van een beoordelingsprocedure waarin ook de betrokkene gehoord werd.  Een Kafkaiaanse toestand, hier is de rechtsstaat zelf in het geding.
            Stellen we tenslotte vast dat de Vlaamse politieke klasse, op de machtelozen van het Vlaams Blok en de Nieuw-Vlaamse Alliantie na, niets gedaan heeft om Soetkin Collier en de met haar in het geding gebrachte rechtsbeginselen te verdedigen.  Enkele perscommentatoren en mede-muzikanten hebben het voor Soetkin opgenomen, meestal echter zonder de fundamentele pijnpunten van dit dossier aan te kaarten.  Niemand heeft bv. gewezen op het contrasterende feit dat de staatszender tal van PvdA-kandidaten (Dirk Tuypens, Lucas Catherine e.a.) te werk stelt, mensen die zich als volwassene veel dieper in het politiek extremisme engageren dan Soetkin ooit als tiener gedaan heeft; of dat Chris Dusauchoit, de would-be moordenaar van Pim Fortuyn (“one down, twenty to go”) ongestoord op het scherm blijft komen. 
Het juiste forum om minister Millar over zijn onwettig discriminatoir gedrag aan te pakken, was de Wetstraat.  Het was aan de Vlaamse politici om het recht van een Vlaamse zangeres op een Vlaams engagement te verdedigen.  Stel je voor dat de Vlaamse omroep een linkse Waalse zangeres zou wraken, je zou wat meemaken.  Nee, Vlaanderen komt niet al te glorieus uit het incident-Soetkin.  Aan zijn politici te oordelen, is dit een eerloos en verachtelijk volk.






Sovjetisering
Interview door 't Scheldt met Koenraad Elst over linkse laster en de zaak Soetkin

(10 maart 2003; enkele dagen nadien verschenen in ‘t Scheldt)

In de hetze van De Morgen tegen Soetkin Collier en haar vroegere groep Laïs kwamen we terloops ook de naam tegen van onze vriend dr. Koenraad Elst.
Die sprak in 1997 op een congres van de Werkgroep Traditie, waar ook een Vlaamse folkgroep optrad.  Heel erg fout dus.  De tekst van zijn lezing vonden we terug op :
http://koenraadelst.bharatvani.org/dutch/heidpol.pdf .  Politiek niets op aan te merken: het is een kritiek op de nationalistische of "identitaire" recuperatie van oude tradities.  Maar De Morgen omschrijft Elst als "'islamkenner' van het Vlaams Blok". Zelfs voor dit welingelichte blad was dat nieuws, dus we vroegen hem om uitleg:

"Geeuw.  Die kwakkel gaat al tien jaar mee.   Nee, ik ben nooit formeel noch informeel bij het VB geweest.  Ik heb ooit een aanbod afgeslagen om
voor hun studiedienst te komen werken, telt dat mee?  Destijds heb ik in diverse media op dat praatje gereageerd, maar zoals je ziet haalt dat weinig uit.  Al is de waarheid nog zo snel, de leugen start met een voorsprong.  Die ochtendkrant neemt trouwens ook na ontmaskering nooit haar lasterpraatjes terug, bv. die tegen notaris X, Achille Moerman of professor Urbain Vermeulen.  Alleen voor de kwakkel over het geld van Didier Reynders heeft kaviaarlinkse Yves Desmet zich heel diep verontschuldigd, maar Reynders was dan ook minister en in een positie om hard terug te slaan.  ‘De Morgen durft’, jazeker: hij durft in het stof kruipen voor de machtigen en trappen op de rest."

Wat denkt U dan over de islamvisie van het VB?

"De partij heeft gelijk, de islam te zien als een bron van heel specifieke problemen, niet herleidbaar tot werkloosheid of taalonkunde.  Veel bredere kringen in de samenleving zijn inmiddels tot hetzelfde inzicht gekomen, mede op aangeven van ex-moslims als Ibn Warraq of Ayaan Hirsi Ali.  Zelfs Rudi Rotthier van De Morgen beseft nu dat de islam veel ellende veroorzaakt.  Toch was het VB-standpunt over de oplossing van dat probleem destijds tegengesteld aan het mijne.  De partij wilde bv. aparte scholen om de moslims moslim te houden en hen nadien terug te sturen, ik pleitte toen zoals nu voor hun algehele assimilatie, de normale gang van zaken bij immigraties.  Intussen is het Blok aanzienlijk geëvolueerd: het aanvaardt naast de optie 'opkrassen' nu ook de optie 'aanpassen'.  Als evolutie in het denken op intelligentie wijst, dan is het Blok er beter aan toe dan diegenen  wier wereldbeeld in een eeuwig 1945 vastgevroren lijkt,-- zowel antifa’s als bepaalde kringen rechts van het Blok.  Die kringen sympathiseren overigens met de islam, zogezegd hun bondgenoot tegen de VS-zionistische hegemonie.  En bij de Blok-kiezer aan de toog hoor je van: 'Islam goed en wel, maar ze moeten ermee in Arabië blijven.'  Welnee, laat ze ook in Arabië maar snel de islam ontgroeien."
 
Een Spaanse webstek, jawel, beweert op gezag van “Jan De Zutter, Alexandrijns Wicca-hogepriester en journalist bij De Morgen” (en vandaar opgeklommen tot goeroe van Steve Stevaert), dat U uit de Werkgroep Traditie gezet bent wegens izquierdista, te links.  Hebben de begrippen links/rechts eigenlijk nog zin?

“In die Werkgroep was ik sowieso maar een ‘deelnemend waarnemer’, want mijn geestelijke mosterd heb ik in het Oosten gehaald, niet in de heimattraditie.  Dat ‘buitengezet’ laat ik voor rekening van de genoemde hogepriester, maar er waren wel meningsverschillen tussen de subcultuur van de Oostfronterskinderen en gewone mensen als ik.  Wat ‘links’ betreft, ik heb zoals zovelen een marxistische fase doorgemaakt en daarvan is wel wat blijven hangen.  En natuurlijk behouden de begrippen links en rechts hun betekenis.  Dat ontkennen geldt trouwens zelf als rechts, naar het woord van de Franse filosoof Alain: ‘Wie links en rechts achterhaalde termen noemt, is zeker niet links.’  Een begrippenpaar dat wél vervaagt is fascisme/antifascisme.  Volgens Oriana Fallaci zijn er twee soorten fascisten: de fascisten en de antifascisten.  Neem nu de antifa-betoging na de jongste Zwarte Zondag, die eindigde met een aanval op de joodse wijk.  Met zulke antifascisten heb je geen fascisten nodig.”

Commentaar op de zaak-Soetkin?

"Ik voel met haar mee, ik weet wat het is om wegens een ideologisch brandmerk gedisinviteerd te worden.  Tegen die sluipende sovjetisering van onze samenleving kan je als eenling weinig beginnen, tenzij ‘in waarheid leven’, zoals Vaclav Havel het noemde.  En net als in het oude Oostblok berust de macht van onze linkse heksenjagers deels op de medeplichtigheid van de bange burgers.  Met name onze politici zijn in dit soort dossier gewoon poedels van extreemlinks.  Ook bij het opgejaagd wild is de angst groot: zij trachten zichzelf de banvloek te besparen door alle banden met rechts te ontkennen, maar daarmee verstrikken zij zich alleen dieper in het net dat links voor hen gespannen heeft.  De Laïs-zangeressen beweren dat ze Soetkin destijds uit hun groep gezet hebben wegens te rechts, maar nu staan ze zelf te kijk als kuikens uit een rechts nest.  Soetkin zegt dat ze de van huis uit meegekregen xenofobie afgezworen heeft.  Haar poging om zich te rehabiliteren door haar ouders te verketteren zal haar belagers wel plezieren.  Niets zo lollig voor een kat als een muis die hoopt te ontsnappen.  Wat niet wegneemt dat Soetkin wel de waarheid zal spreken: het komt vaker voor dat iemand in zijn besloten milieu de allochtonen alleen via een opgeklopt vijandbeeld kent maar na persoonlijke ontmoetingen zijn xenofobie ontgroeit.  Haar inzet om Nederlands aan vreemdelingen te onderwijzen zal voor haar vervolgers echter niet volstaan als bewijs.  Er zijn immers wel meer rechtse rakkers die dagelijks en hartelijk met vreemdelingen omgaan.  Nu je het zegt: ik ga zelf dagelijks en hartelijk met vreemdelingen om, en je ziet wat het mij oplevert.”


De moord op Mellie Uyldert



(Nucleus, katholiek en conservatief maandblad, Brugge, juni 2002)


“Historisch gezien is het antifascisme een propagandaterm uit de communistische leugenfabriek. De hedendaagse variant draait desondanks op volle toeren.” (Dirk-Jan van Baar, HP/De Tijd, 18-2-2000) Pim Fortuyn is niet de enige die recent als “fascist” belasterd is. Wel was hij belangrijk genoeg om daarvoor vermoord te worden, terwijl anderen voorlopig alleen gebrandmerkt en gebroodroofd worden. Dit overkwam zelfs de lieve oude dame die ons kruidenthee schenkt in haar oude huisje in de Gooise gemeente Bussum.



Mellie Uyldert was decennia lang bekend als kruidendame en astrologe. Men hoefde het niet met haar excentrieke ideeën over natuurgeneeskunde en kosmische samenhangen eens te zijn. Uiteraard werd haar huisapotheek wel eens bekritiseerd door orthodoxe medici, en haar fantasierijke filosofie leverde wel eens stof voor satire. Maar niemand twijfelde aan haar goedaardigheid. In 1983-84 kwam zij echter in opspraak met de stelling dat Surinamers hier niet thuishoren en beter naar hun land van herkomst kunnen terugkeren. En met beweringen uit linkse hoek als zou zij tijdens de bezetting voor de collaboratiepers gewerkt hebben. Prompt lieten de New Age-blaadjes en verenigingen die haar om lezingen en artikels plachten te vragen, haar vallen. Sindsdien wordt zij vaak alleen nog genoemd als “de beruchte extreemrechtse Mellie Uyldert” en dergelijke, alsof al haar werk over “de verborgen kracht van edelstenen” en “moeder Aarde’s levend lichaam” slechts een omslachtige camouflage was voor een boosaardig opzet: het nazisme te propageren.



Volgens Felix Zwitser (Mellie Uyldert, de Onbegrepen Wijze Maagd, 1984) kiest zij als openingszet “bepaalde respectabele opvattingen om dan allerlei dubieuze en kwalijke zaken naar binnen te smokkelen (…) Als Uyldert en haar publiek eenmaal op dezelfde golflengte zitten, begint ze andere signalen uit te zenden. Haar argeloze lezers hebben dat misschien niet meteen in de gaten en dreigen dan verstrikt te raken in opvattingen die ze in andere omstandigheden wellicht nooit hadden geaccepteerd.” Deze samenzweringstheorie wordt met instemming geciteerd door Marc Spruyt (De Morgen, 14-4-2001), die zegt dat ze daarbij “uiterst geraffineerd te werk gaat”. Haar dikke boeken over astrologie zijn volgens hem slechts een geraffineerde truc om het daarin één enkele maal terloops genoemde nazisme (dat zij in haar schema van “planetaire correspondenties” onder de contraire planeet Uranus klasseert, zoals het collectivisme bij Neptunus zou passen) uit te dragen. Merk op dat Spruyt in zijn linkse ochtendkrant, die de liberalisering van euthanasie propageert, Mellie Uylderts uitspraak ten gunste van euthanasie aanhaalt als bewijs nummer één voor haar nazi-opvattingen.



Een veelgebruikt bewijs ten laste is Mellie Uylderts stelling dat er mensen zijn die het kwaad uit hun omgeving op zich nemen en uitboeten, wat hun een smartelijk leven oplevert, en dat ondermeer de joden deze tendens vertonen, met Jezus slechts als extreemste voorbeeld. Zie je wel, zeggen onze antifascisten: ze praat zelfs de Holocaust goed! Al die brave mensen die haar kruidenrecepten gebruiken, moeten wel schrikken als ze vernemen wat voor iets duivels ze met haar Lexicon der Geneeskruiden binnengehaald hebben. Om kruidenvrouwtjes op de brandstapel te krijgen begon men vroeger over de duivel, vandaag haalt men er als eigentijdse duivel Hitler bij.



Het gaat hier om ernstige beschuldigingen, dus gingen we haar om haar eigen versie vragen. Haar verhaal begint met een verrassende onthulling, verassend althans voor wie haar in de nazi-hoek wil duwen:


“Ik ben geboren in 1908 in Blaricum. Ik heb altijd in het Gooi gewoond: Laren, Bussum, Huizen. Mijn moeder was volbloed joodse, dus volgens de joodse wet ben ikzelf ook joods. Maar zij was bekeerd en actief christen. Ik dacht dus nooit over mezelf als joods en stond ook niet als joods bekend in het dorp Huizen waar ik later onder de Duitse bezetting woonde. Mijn moeder was lerares Duits, ze had een jaar in Duitsland gewoond en had veel Duits cultuurgoed meegebracht: Kerstmis vieren met een kerstboom, nieuwe inzichten over gezond leven, al die typisch Duitse dingen van toen.”



Het kan nuttig zijn eraan te herinneren dat er vóór de nazi-tijd een sterk Duits-joodse symbiose bestond. Theodor Herzl stelde het Duits voor als taal van zijn op te richten Judenstaat, en Frankrijk verdacht de joodse kapitein Dreyfus van spionage voor Duitsland. Jiddisch was trouwens een variant op het Duits. In Frankijk en Polen en allicht ook de Nederlanden waren jodenhaat en Duitserhaat nauw verweven. In de familie-achtergrond van Mellie Uyldert speelt die symbiose dus ook een rol. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was haar moeder een mikpunt van de anti-Duitse gevoelens die toen ook in het buiten de oorlog gebleven Nederland ontstonden. Anderzijds heeft de toen in Duitsland florerende liefde voor de natuur haar beslissend beïnvloed:



“Ik ben vegetarisch opgevoed. Van mijn moeder heb ik de liefde voor de natuur geleerd. Zonde, dat is alles wat niet gelijkloopt met de ordening die God zelf bij de schepping heeft gegeven. Maar mensen zijn eigenwijs, gaan tegen de natuur in. Je moet naar je innerlijke stem luisteren, naar je intuïtie, dat wat we vanzelf weten.”





Onderduiken




Dat Mellie met de Duitse bezetter kennis gemaakt heeft, klopt. Maar niet helemaal in de door haar linkse vervolgers bedoelde zin:



“Het was in de winter 1940-41. Ik herbergde twee joodse vrouwen, een uit Duitsland en een uit Oostenrijk. Ik heb hun echte naam nooit gekend. De vluchtelingenorganisatie liet zo weinig mogelijk weten, dan kon je immers niets verraden. Mijn man was van ons weggegaan, mijn eigen zoon en dochter had ik uitbesteed bij een boerenfamilie, want daar was tenminste eten. Het is op hun kamertjes dat de vluchtelingen logeerden.



“Op die Oostenrijkse heb ik me één keer echt kwaad gemaakt. De afspraak was dat ze alleen in de achtertuin mocht, daar kon ze niet gezien worden. Maar toen ik die keer thuiskwam hing ze over het hekje in de voortuin. Ze zag er typisch joods uit. Het was echt gevaarlijk, want twee huizen verder woonde een familie NSB-ers. Vaak als ik voor het huis met iemand stond te praten, kwam die NSB-vrouw buiten, zogezegd om een een kleedje uit te kloppen of zo, maar in feite om ons af te luisteren. [NSB = Nationaal-Socialistische Beweging, KE]



“Op een dag voelden we dat er gevaar dreigde. De organisatie liet de vrouwen ’s nachts weghalen. De volgende dag al was het mis. Mijn huis was de helft van een tweewoonst en de buren klopten op de gemeenschappelijke muur om me te waarschuwen. Ik hoorde zware stappen rond het huis. Ik kreeg huiszoeking. Ze vonden niets.



“Ik heb ook nog een zoon van een vriendin laten onderduiken. Hij zou anders opgehaald zijn om in een munitiefabriek te gaan werken. Ook bij hem kreeg ik na een tijd een voorgevoel van: nou moet je weg. Later kwam er een huiszoeking, dan zochten ze naar een extra tandenborstel en zo.



“Ik had nog een gewone huurster. Met haar keek ik soms samen in een plaatjesboek naar prenten van copieuze maaltijden, wanneer we zelf geen eten hadden. De honger toen heeft me mijn tanden gekost door het gebrek aan calcium. De onderduikers hadden meer dan wij. Die organisatie bezorgde hun dingen waaraan wij toen gaandeweg gebrek kregen, naaigaren bijvoorbeeld.”





Duitsland en Duitsers




Aan haar actieve sympathie voor en riskante hulp aan onderduikers hield zij echter geen haat jegens de Duitse medemens over. In die tijd was er een volgehouden onderscheidingsvermogen nodig om het nazisme te haten en de Duitsers niet:


“Eén van die soldaten zag tijdens de huiszoeking mijn boekenkast en vroeg of ik professor was. ‘Ich bin nur Lehrerin’, zei ik. ‘Meine Geliebte in Deutschland ist auch Lehrerin’, antwoordde hij. Die Duitsers, dat waren ook maar gewoon mensen. Zijn maat riep hem naar buiten, en bij het vertrek verontschuldigde hij zich voor het ongemak: ‘Ich tue auch nur meine Pflicht.’



“Ik ging toen naar de vrij-katholieke kerk. Tijdens de dienst werd daar gezegd dat alle mensen onze broeders zijn. Maar achteraf hoorde je die mensen tegen elkaar kwaad spreken over de Duitsers. Die huichelarij! Na een tijd ben ik uit die kerk weggebleven.”



Maar dat deed niets af aan haar verontwaardiging over de Duitse agressie:



“Toen Duitsland Nederland binnenviel, hoorden we de zware vliegtuigen. Ik ging op de piano het Wilhelmus spelen, en ik zong het uit volle borst. Je moest het gewoon uiten, ik was zo verontwaardigd. Op het tafelkleed heb ik een stuk tekst van het Wilhelmus geborduurd. Nee, ik heb nooit ergens ingezeten dat met de Duitsers meedeed. Maar nadien zijn ze me van vanalles gaan betichten omdat ik voor de vrede was.”



En die schrijvende collaboratie in het Haagsch Maandblad dan?



“Ik schreef artikels voor wie mij erom vroeg. Ik moest nu eenmaal geld verdienen en ik kon goed schrijven. En zo is er via tussenpersonen wel iets in dat blad verschenen. Ik wist helemaal niet dat dat een NSB-blad was.”



Haar critici zullen allicht om bewijzen vragen. In een Sovjet-showproces ligt de bewijslast immers bij de beschuldigde; in een rechtsstaat ligt die echter bij henzelf. Zij hebben evenwel weinig “bewijsmateriaal” nodig om tot verregaande besluiten te komen:



“Het gerucht dat ik een nazi zou geweest zijn, is begonnen met een krantenbericht, dat iemand mij toegestuurd heeft, over een briefje dat in een Duitse nalatenschap gevonden is. Die Duitser schreef aan een andere: ‘Je moet die Mellie Uyldert vragen voor je blad, want ze kan schrijven.’ Maar die man hééft mij niet gevraagd. Ik zou er ook niet over gedácht hebben om voor de vijand propaganda te gaan voeren.”



Iemand met echte nazi-sympathieën zou overigens niet gewacht hebben tot ze gevraagd werd. Het feit zelf dat iemand nog kon voorstellen om haar te vragen is op zich al een bewijs dat ze géén collaboratrice was. We hebben hier te maken met een gedreven overinterpretatie, spijkers op laag water zoeken om uit een neutraal en onbelangrijk feitje toch maar iets verdachts te kunnen puren. Waarom doen mensen dat?




Verklikkers




“De man die beschuldigingen rondstrooide, Gjalt Zondergeld, heb ik bij mij thuis uitgenodigd. Hij had een misvormd gezicht, misschien zocht hij wel zijn wrok daarover goed te maken door mensen te betichten. Ik had medelijden met hem. Ik zei hem dat wat hij geschreven had, niet waar was, maar hij zei: ‘Ik geloof u niet.’



“Ik heb het er met mijn uitgever over gehad of we geen proces moesten aanspannen om die laster te doen ophouden. Hij zei dat het beter was van niet, dat het wel zou overwaaien, maar het is me sindsdien blijven achtervolgen. Zo stonden eens, toen ik een lezing ging geven, bij de ingang een groep jongeren pamfletten uit te delen waar allerlei lelijks in stond over mij. Ik vroeg hen om binnen te komen en met eigen oren te horen wat ik werkelijk te zeggen had. Maar ze durfden niet, blijkbaar bang om onder mijn invloed te komen. De vrouw die mijn lezing georganiseerd had, sprak hun flink toe dat ze dan maar beter konden opkrassen. Dat zijn domme jonge mensen die weinig in hun mars hebben maar die toch iemand willen zijn, en dan gaan ze maar mensen bij de politie aanbrengen en zo.”



Ziedaar de observatie van iemand die de bezetting meegemaakt heeft en onder dreiging van verklikkers onderduikers geholpen heeft: de psychologie van de hedendaagse “antifascisten” is sterk vergelijkbaar met die van de verklikkers in de nazi-tijd. Mensen beschuldigen is een gemakkelijke manier om jezelf belang te geven, samen met een pervers machtsgevoel. Verder is het in ieder geval onbetamelijk hoe jongeren oude mensen de mantel uitvegen:



“Ze begrijpen ook totaal niet wat het leven onder de oorlog was. Alleen daarom kunnen ze zo ongenadig zijn. Ik zat eens in een Amsterdamse radiostudio voor zo’n call-in programma, en er kwam een telefoontje: ‘Is het waar dat u een brief geschreven hebt aan de zwarte weduwe?’ [d.i. Florrie Rost Van Tonningen, weduwe van NSB-topman Marinus Meinoud Rost van Tonningen – KE] Ik ben eerlijk en ik kom op voor mijn daden, dus ik antwoord: ‘Ja, dat heb ik gedaan, namelijk toen het Nederlandse volk overwoog om aan de staat te vragen, haar haar weduwenpensioen af te nemen.’ Dat was toch afschuwelijk? Ik wou haar troosten met een vriendelijk briefje. Ik ken haar niet, heb haar nooit ontmoet en weet amper wie haar man was. Al wat ik weet is dat zij helemaal achter haar vermoorde man stond.”



Wat die oude dame niet begrijpt is dat jeugdig respect voor ouderen, loyauteit tegenover je man of vriendelijkheid jegens de foute getroffenen van een verlate repressie totaal verouderde waarden zijn. Dat soort menselijke gevoelens past niet in een gesovjetiseerde samenleving die het persoonlijke aan het politieke onderwerpt.



Volgens Marc Spruyt (De Morgen, 14-4-2001) verheerlijkt Mellie Uyldert net als de nazi’s de oorlog als een goed op zich, vandaar haar “geregeld met heimwee terugdenken aan de Tweede Wereldoorlog als een tijd waarin het geestelijke het op het materiële won”. Het is welbekend dat talloze spiritueel gerichte mensen de ontberingen en tegenslagen in hun leven beschreven hebben als momenten van rijping en ontwaken. Materialisten kunnen dat pervers vinden, maar het is gewoon een wijdverbreid menselijk feit. Zo noemde de Belgische politicus Robert Houben (Knack, 6-10-1982, p.124) de oorlogstijd “de mooiste jaren van mijn leven”.

De ontbering hoeft daarom niet het effect van oorlog te zijn, en Mellie Uyldert verheerlijkt ook nergens de oorlog als zodanig. Dit in tegenstelling met mensen in de fascistische sfeer als bv. de jonge Ernst Jünger of Julius Evola, of zelfs Arnon Grunberg die verklaard heeft: “Oorlog is ook een frisse wind, een toestand waarin de mens even schaamteloos kan zijn en de liefde voor zijn leven kan herwinnen.” (Humo, 30-4-2001, p.144). Vandaag zegt Mellie: “De mensen leven ongezond door overdaad. In de oorlog kon dat niet, en die ontbering hield lichaam en geest wakker.”





Onhygiënisch




“Nederland is vol”: de uitspraak wordt aan koningin Juliana toegeschreven, ze zou ze gedaan hebben tijdens haar troonredes in 1952 en 1979. Ook de sociaal-democraat Willem Drees jr. zei dit in 1970 met zoveel woorden. Dat belette een rechter niet om Hans Janmaat voor dezelfde uitspraak te veroordelen, en evenmin belette het links om met stille goedkeuring van de politici een bomaanslag op hem te plegen, waarbij zijn vrouw een been verloor. Pim Fortuyn drukte zich daarom voorzichtiger uit: “Nederland is druk.” Voor de generatie van Mellie Uyldert is dat geen politiek standpunt, maar een klinkklare vanzelfsprekendheid:



“Ik vind dat er teveel mensen zijn in Nederland. Dat is onhygiënisch. Allerlei mensen worden door hun familie naar hier gehaald. Ik heb niets tegen buitenlanders, maar de verhouding deugt niet meer. Dat luilekkerland hier trekt mensen aan.”


Zelfs jongere mensen van onverdachte gezindte zien het zo, bv. de Vlaamse socialist Louis Tobback met zijn uithaal tegen asielbedriegers die hier neerstrijken “als meeuwen op het stort”. Maar bij Mellie Uyldert gaat het niet om afkeer tegen vreemdelingen, wel om een aloude afwijzing van de overbevolking, die zij soms ook feministisch inkadert. Anders dan de racisten wil zij de blanke Nederlandse vrouw niét tot een demografische wedloop met haar zuiderse seksegenotes bewegen:



“De mens is bezig de geslachtsverschillen te verliezen. Vrouwen worden zelfstandiger, hebben vaak geen zin meer in het huwelijk, en dat is goed want er zijn hier al te veel mensen.”



Wie vanuit ecologische overwegingen de overbevolking aanklaagt en tegelijk tot het extreem-rechtse kamp gerekend wordt, krijgt tegenwoordig echter het verwijt van “haat jegens de mensheid”. Nochtans is het niet groen-rechts maar wel groen-links dat daadwerkelijk mensenlevens opoffert aan het leven van de natuur: de UNA-bomber, het Animal Liberation Front, Volkert van der Graaf.



In het werk van de vredelievende mevrouw Uyldert zou men echter wel een pleidooi tegen rasvermenging aantreffen. Spruyt citeert uit haar blad De Kaarsvlam de idee dat rasgemengde individuen vaak “huichelaars en zenuwpatiënten” zijn. Destijds een wijdverspreide opvatting, maar vandaag (ook voor ondergetekende) toch moeilijk aanvaardbaar. Doet zij hiervan afstand?



“Dat neem ik niet terug. Waar ik daarbij aan dacht, zijn de Indo’s, de kinderen van Nederlandse kolonialen en Oost-Indische vrouwen. Ik heb er vele gekend, dat waren erg zielige mensen die eronder leden dat ze nergens echt bijhoorden en door beide zijden geminacht werden. Ze zochten dan maar elkaars nabuurschap op in een straat in Den Haag die daarom Nieuw-Oost-Indiëstraat heet. Anderzijds, ik ben zelf het product van een gemengd huwelijk, en dat is een verrijking omdat ik beide zijden, joods en Nederlands, beter begrijp.”





Besluit




Daarmee hebben we al een vrij goede kijk op de opvattingen van Mellie Uyldert inzake de hedendaagse taboe-onderwerpen. Niet helemaal in overeenstemming met de officiële norm,

maar evenmin “ontleend aan het nationaal-socialisme”, zoals Marc Spruyt beweert. Het is een populaire doch welbeschouwd erg dwaze misvatting dat rasdenken gelijk stond met nazisme, en dat de Tweede Wereldoorlog een strijd tegen het racisme was.



De VS kenden nog volledige rassensegregatie, ook in het leger dat tegen de Duitsers vocht. De West-Europese koloniale machten beoefenden eveneens rassenongelijkheid in hun kolonies. Wat de Sovjet-Unie betreft, maarschalk Zjoekov verklaarde eens dat hij zich door een mijnenveld niet liet tegenhouden: “Dan stuur ik daar eerst mijn Aziatische troepen door”, want het leven van een Kirgiez of een Jakoet was minder kostbaar dan dat van een Rus. De anti-Japanse oorlogsleiders Jiang Jieshi (Tsjiang Kaisjek) en Mao Zedong geloofden beiden in de superioriteit van het Chinese ras. Het geloof in rassenongelijkheid was wereldwijd de norm; het minst racistisch was misschien nog Mussolini’s fascisme met zijn sterke joodse deelname en zijn plannen om van de Ethiopiërs echte Italianen te maken; of Subhas Chandra Bose’s collaboratieleger, dat in tegenstelling met het Brits-Indische leger niet naar kaste en religie gesegregeerd was. Racisme was bij de vijanden van de nazi’s, ook bij de westerse democraten, geen foute steen des aanstoots maar integendeel een evidentie.


Dezelfde kringen die Mellie Uyldert het leven zuur maken, hebben enkele jaren geleden ook Rudolf Steiner, grondlegger van de “antroposofie”, van racisme beschuldigd. Zij haalden uitspraken van hem aan, bv. dat negers als kinderen, blanken als volwassenen en indianen als bejaarden zijn (de bevoogding van negers door blanken en het uitsterven van de indianen zijn in dat licht maar normaal…). Zijn volgelingen probeerden dat te ontkennen of te minimaliseren door met weer andere citaten uit te pakken, bv. dat rasvermenging volgens Steiner een normaal gevolg van de aanstaande niveauverhoging van de evoluerende mensheid zal zijn. Maar ik zou zeggen:

natuurlijk heeft Steiner racistische uitspraken gedaan. Hij groeide op eind 19de eeuw, toen de Britse premier Benjamin Disraeli de rassenkwestie tot “sleutel der wereldgeschiedenis” uitriep, waarbij “niet taal of religie maar alleen bloed het ras bepaalt” (Endymion, p.249-250); en hij stierf in het interbellum, toen de regeringen van democratische landen als Zweden en de VS eugenetische maatregelen uitvaardigden. Uiteraard moeten hedendaagse Steiner-volgelingen de moed hebben om luidop te zeggen dat de meester zich vergist heeft (bv. met zijn stelling dat zwangere vrouwen die negerromans lezen, een mulatje zullen baren), maar zijn critici moeten evengoed toegeven dat Steiner met zijn racistische uitspraken niet meer was dan een kind van zijn tijd.


Ook Winston Churchill, leider van de strijd tegen het nazisme, was een overtuigd racist, van wie krasse uitspraken over negers, Indiërs, Duitsers en Italianen kunnen aangehaald worden. Men moet er dus geen drama van maken als mensen van de vooroorlogse generatie sommige ideeën over ras nooit helemaal achter zich gelaten hebben. Dat stempelt hen volstrekt niet tot nazi’s.



De jongste jaren zien wij hoe mensen die zichzelf tot antifascist uitroepen, meestal onbenullen die zichzelf met het aureool van de weerstanders willen tooien, het net van het “fascisme” steeds breder uitwerpen. De Zwitsers, IBM, Pius XII en de hele katholieke Kerk, Rudolf Steiner en nu ook Mellie Uyldert, allemaal zouden zij hun materiële of morele steentje tot het nazisme bijgedragen hebben. Zelfs naoorlogse bewegingen zoals het New Age-fenomeen worden met terugwerkende kracht aan het nazisme gekoppeld. Toevallig allemaal mensen of instellingen die je veilig kan aanvallen omdat zij toch niet zullen terugslaan. Ziedaar dus een heel wat veiliger “antifascisme” dan dat van iemand die in bezet Nederland joodse en andere onderduikers onderdak verschafte. Ook een heel wat boosaardiger, dat goede mensen besmeurt met een beschuldiging die in het huidige opinieklimaat als het ultieme doodvonnis geldt.