Wednesday, February 14, 2018

Bedevaart naar de Mammon, of de zaak Lucas Cathérine

1. De eerste globalisering

”Ik wist niet dat de wereld zo klein was”, riep Ibn Battoeta uit toen hij in China een mede-Marokkaan ontmoette. Het is nu ook de titel van het nieuwe boek van Lucas Catherine, een verslag over de middeleeuwse vorm van globalisering: Ik wist niet dat de wereld zo klein was, Reisverslagen van een eerste globalisering (EPO, Antwerpen 2001).

Naar eigen zeggen is Lucas Catherine (°1947) de reïncarnatie van de vrijzinnige Mogol-keizer Akbar (d. 1605), thuis tussen de moslims zonder zelf gelovig te zijn, en een “Arabier honoris causa”. Hij was bij recente verkiezingen kandidaat voor de maoïstische Partij van de Arbeid, maar is geen saloncommunist: ooit volgde hij een guerrilla-opleiding bij de PLO, compleet met vuurdoop in een aanval op Israëlische stellingen. Zijn boeken over Palestina en de joodse lobby leverden hem het etiket “antisemiet” op.

Desondanks surfte hij naar het succes op de aanzwellende golf van multiculturalisme met zijn boeken over de islamwereld. Als marxist doet hij niet mee aan de lichtzinnige verheerlijking van de islam, waarvan hij de schijnbare verdiensten relativeert. Waar men tegenwoordig beweert dat wij aan de middeleeuwse Arabieren heel wat wetenschap te danken hebben, schrijft hij correct dat zij -- nuance -- als “doorgeefluik” dienden voor Griekse, Indische en Chinese wetenschap. Tegelijk bepleit hij een herwaardering van de niet-Westerse beschavingen, wier prekoloniale vorm van wereldhandel volgens hem evenwichtiger was dan de huidige Amerikacentrische globalisering.

Het verhaal van de “eerste globalisering” begint vierduizend jaar geleden in Bahrein op de zeeroute tussen Indië en Mesopotamië, waar we de uit inscripties bekende koperhandelaar Ea-Nasir, tijdgenoot van Abraham, volgen naar hun beider thuisstad Oer. Met zevenmijlslaarzen stapt Catherine dan door landen en eeuwen, naar Ban Chao, de Chinese veroveraar van Centraal-Azië; naar Fa Xian en Xuan Zang, monniken die naar India pelgrimeerden; en naar Zheng He, die in reuzenschepen expedities tot in Mekka en Zanzibar ondernam.

Niet de Chinezen maar de Arabieren zouden als handelaars de hele oude wereld in onderlinge verbinding brengen. Ze woonden op het Euro-Afro-Aziatische kruispunt, en hadden nog iets op de Chinezen vóór: hun godsdienst. Wat men verder over de islam ook mag zeggen, de religie van de zakenman Mohammed bevorderde de handelsethiek daar waar het confucianisme de handel misprees. Welnu, belijdt Catherine, de winstgod Mammon is “de hoogste God”, of alleszins degene die mensen het best de baan op krijgt om nieuwe einders te verkennen.

Catherine beschrijft met veel liefde het door moslims gedomineerde wereldhandelssysteem, daarbij de factor slavernij buiten beschouwing latend. Hij wordt veel kritischer wanneer de overname van dit systeem door de Europeanen in het vizier komt. Aloude Europese helden als Marco Polo en Columbus brengt hij tot beperktere proporties terug. De Europese expansie begon marginaal al met de Vikingen toen die volgens een Arabische reiziger nog madjoes (“vuuraanbidders”, heidenen) waren, maar kwam echt op gang met de christelijke geloofsijver. Zo vatten de Portugezen hun kolonisatie van gebieden rond de Indische Oceaan, tijdelijk zelfs van de Arabische kuststrook Oman, op als een voortzetting van de kruistochten.

Kritiek op dit leerrijke geschenkboek mag beperkt blijven tot details. Chinees kent de auteur duidelijk minder goed dan Arabisch: “zijde” is niet zhi maar si, en Qin Shi Huang Di (3de eeuw v.C.), de ijzeren éénmaker van China, is niet de legendarische Huang Di, de “gele keizer” (27ste eeuw v.C.). Let liever op Catherines originele portretten van avonturiers als Ibn Battoeta, die de hele bekende wereld bereisde. In elk land huwde deze vroege globalist enkele inlandse vrouwen, en zo werd hij een echte man van de wereld.


(Punt, 5 februari 2002)


2. Reactie van Lucas Catherine


Sent: Tuesday, February 05, 2002 3:50 PM


Geachte,

Uw redacteur mag denken en schrijven wat hij wil over mijn boek en over mij zelf, maar hij mag niet liegen over feiten uit mijn privé-leven. Ik heb nooit “een guerillaopleiding bij de PLO gevolgd”. Ik ben wel als cameraman -- ik ben ooit in 1970 afgestudeerd aan een Brusselse filmschool -- een guerilla-aanval gefilmd. Dat is iets heel anders.

Waarschijnlijk zoekt hij zijn mosterd in mijn boek De reïncarnatie van een Atheïst, maar dat is geen geschiedkundig werk maar eerder een half-fictief werk (net als bvb 3 x Weg van Zanzibar). Niet alle feiten die daar in staan zijn historisch en ik probeer in dat boek de lezer herhaaldelijk op het verkeerde been te zetten. Ondermeer door te beweren dat ik de reïncarnatie van groot-mogul Akbar ben. Dat blijkt al uit de duidelijk fictieve commentaren op de achterflap. En voor wie het echt wil weten, ik ben niet de reïncarnatie van Akbar. Dubbele bodems zijn blijkbaar niet aan Koen Elst besteed.


Lucas Cathérine

Vandeweyerstraat 70, 1030 Schaarbeek



3. Antwoord van de auteur


Ironie is een moeilijk genre, en uw boek De reïncarnatie van een atheïst is er gewoon te serieus voor. Het staat vol feitelijke weetjes over de Mogols, Marx, Soedan, Roberto d’Orazio en andere non-fiction. Over de persoonlijke anekdotes in dat boek verklaarde u destijds aan Telepro dat u “niks kan verzinnen”, dat het allemaal echt gebeurd is. Welnu, op p.35-41 beschrijft u uw eigen deelname (inderdaad zonder vooropleiding) aan een Palestijnse guerrilla-actie in 1969. U vertelt hoe “wij onze eerste katioesjka-raketten op Kunaitra afschoten” en hoe “we minstens een officier en een tiental soldaten hadden uitgeschakeld”. U hebt er inderdaad ook gefilmd: “Ik had mijn camera om de hals hangen, in de ene hand droeg ik mijn kalasjnikov en in de andere een kratje munitie.” Door die “vuurdoop” voelde u zich “een tweede maal geboren, dit keer als Arabier”. U stelt vriend en vijand teleur door dit relaas nu als "half-fictief" af te doen. Ik ga u niet lichtvaardig van “liegen” verdenken, maar ik ben niet overtuigd. Voor mij blijft u die zeldzame ‘68-er die de daad bij het woord voegde.


(Punt, 12 februari 2002; in de gepubliceerde versie is door de eindredacteur gesnoeid)
(het geheel is ook gepubliceerd als hf.13, p.97-100, van K. Elst: Het boek bij het Boek, 2009) 

Tuesday, February 13, 2018

Nabeschouwing bij de zaak-Soetkin


(Nucleus, maart 2003)

"Rechts?  Nee, ik niet!" 

            Zodra begin januari 2003 op internet het bericht begon te circuleren dat een "fascistische" zangeres deel uitmaakte van de groep Urban Trad die België op het komende Eurovisieliedjesfesti­val ging vertegenwoordigen, stond het als een paal boven water dat de muzikante in kwestie van deelname uitgesloten zou worden.  Het was gewoon ondenkbaar dat de staatsomroep RTBF, nog meer een links en anti-Vlaams bolwerk dan zijn nederlandstalige tegenhan­ger, een als rechts gebrandmerkte Vlaamse zangeres zou handhaven.  Het onvermijdelijke is vervolgens ook geschied.  Nu het stof wat is gaan liggen, wijden wij enkele nabeschouwingen aan de zorgwekken­de aspecten van de carrièremoord op zangeres Soetkin Collier. 
            "Rechts?  Neen, wij niet, wij hebben Soetkin uit onze groep gegooid juist omdat zij ons te rechts was": aldus kunnen we het pleidooi pro domo van Soetkins vroegere groep Laïs samenvatten.  Die zangeresjes kwamen ook uit een rechts nest en zijn ook gedebuteerd met optredens voor flamingantisch publiek, maar zij hadden iets eerder dan Soetkin beseft vanwaar de wind waait, zodat ze zich tijdig konden distantiëren van hun foute wortels, ten bewijze hun volgehouden boycot van extreemrechtse evenementen zoals de jaarlijkse 11-juli-viering, officieel feest van de Vlaamse pijler van de Belgische federatie.   
            Verkeerdelijk had De Morgen (22/2), de enige Vlaamse krant die Soetkins uitsluiting toejuichte, geschreven dat de Laïs-zangeressen lid geweest waren van de Nationalistische Studentenvereni­ging.  Daarvan wordt men normaal pas lid op 18 jaar, leeftijd waarop de meisjes al voor hun carrière en tegen hun ideologische wortels gekozen hadden.  Een dom misver­stand eigenlijk, want blijkbaar was het Vlaams-Nationaal Jeugdverbond bedoeld, de jeugdbeweging waarin de familie van één van de zangeressen een voortrekkersrol gespeeld heeft.  Zij was als prille puber lid geweest van VNJ en ook van Vrijbuiter, een groep die zich anarchistisch noemt maar in De Morgen als extreemrechts geboekstaafd staat.  Hoewel formeel onjuist, had het NSV-verhaal dus een iets grotere kern van waarheid dan pakweg de campagne tegen notaris X.  Het is daarom lichtjes ironisch dat juist in deze zaak De Morgen de ongewone démarche gedaan heeft, zich bij Laïs te verontschuldigen wegens de onjuiste berichtgeving.   
            Bedoeling was allicht om met een kleine toegeving verdere juridische verwikkelingen af te wenden.  Omdat het excuus alleen het NSV-verhaal betrof en niet de talrijke andere lasterpraatjes, liet Laïs toch nog een paginagroot Recht van Antwoord (8/3) publiceren.  Na een gedetailleerde weerlegging besluit die tekst met volgende hartekreet, die vertolkt wat inmiddels vele mensen over vele artikels in De Morgen kunnen zeggen: “En wat met geen woorden – ook niet met dit recht van antwoord – recht te zetten valt: er werden met dit artikel mensen op de meest schandelijke manier persoonlijk aangevallen, gekwetst en voor de rest van hun leven gebrandmerkt.  Onvergeeflijk.” 
            Het beoogde resultaat was toen toch al bereikt: paniek en onderlinge afrekeningen in een rechts-flamingantisch hoekje.  Het oogt niet fraai, zo'n Laïs-woordvoer­ster die tegenover een journalist natrapt naar ex-collega en ex-geestesge­note Soetkin om toch maar niet ten onder te gaan aan "schuld door associatie" met haar.  Anderzijds moet vastgesteld dat Soetkin uit hetzelfde vaatje tapt. 


Beginselvast 

            "Rechts?  Nee, ik niet, ik heb altijd gegruwd van racisme en fascisme, ook toen ik aan flamingantische acties deelnam, en ik heb de denkwereld van mijn ouders inmiddels verworpen": aldus kunnen we Soetkins apologie parafraseren.  Zij ontkent niet dat ze één jaar NSV-lid geweest is, maar dat is al zeven jaar geleden en daar moet ze niet ten eeuwigen dage op vastgepind worden.  Het moet voor haar ouders wel pijnlijk zijn dat hun begaafde dochter er voor haar poging tot rehabilitatie niets beters op vond dan alle "schuld" voor haar rechtse besmetting op hen te steken en haar bekering tot de respectabiliteit te doen samenvallen met haar weggroeien uit het ouderlijke milieu. 
            Mensen die om het eigen vel te redden hun vrienden of hun ouders verklikken en veroordelen als reactionaire elementen: het zijn toestanden uit de Sovjet-Unie of uit de Chinese Culturele Revolutie.  Maar nee, deze dingen zijn gebeurd in Vlaanderen in 2003, niet in een nachtmerrie maar in het echt.  En wat het des te tragischer maakt, is dat de betrokkenen blijkbaar de begooche­ling koesterden dat ze zich door het verraad jegens hun naasten aan hun noodlot zouden kunnen ontwor­stelen.  Een muis die door een kat in het nauw gedreven is, blijft hopen en pogen om weg te geraken, maar dat stemt de kat helemaal niet grootmoediger.  Integendeel, die vindt die machteloze muizenspron­gen juist lollig, zoals de antifascis­ten smakelijk grijnzen bij de aanblik van rechtse verschoppelin­gen die mekaar de ogen uitkrabben in de hoop om zelf aan de Anti-Rechtsen-Campagne te ontsnappen. 
            Vanuit onze zetel hebben we natuurlijk makkelijk praten: Soetkin had stoer moeten weigeren om een knieval te doen voor de ideologische terreur van de Wallo-Belgische linkerzijde.  Zij had op haar recht moeten staan, haar recht om lid te zijn van NSV, om mee te doen aan acties van het Taal-Aktie-Komitee (die niets anders beogen dan het doen naleven van de wetten van het Belgische volk, nl. de taalwetten), om tot de rechtse stroming te behoren...  Tenslotte is niets van dat alles onwettig, en heeft zij een blanco strafblad.  Zelfs haar beweerde (doch gelogen­strafte) deelname aan een herdenking van Rudolf Hess zou niet onwettig geweest zijn. Soetkin had dus perfect het recht kunnen opeisen om al zulke wettige dingen te doen, om haar grondwettig recht op vrije vergadering en vrije meningsuiting uit te oefenen, zonder daarvoor door een overheids­instelling (RTBF) op welke manier dan ook afgestraft of gediscri­mineerd te worden. 
            Nu, het kan zijn dat ze inderdaad van het NSV-gedachtengoed en van het politiek engagement in het algemeen weggegroeid is.  Haar werk als leerkracht Nederlands voor migranten zal zeker een gelegenheid geweest zijn om een positiever indruk van vreemdelingen op te doen dan in bepaalde verkrampte Vlaamse milieus gebruikelijk is.  Tegelijk blijft het een feit dat ze de gemakkelijke weg koos door niet de opinievrijheid te verdedigen maar zichzelf van de gewraakte opinies te distantiëren.  We kunnen haar niet verwijten dat ze een minder fiere uitweg geprobeerd heeft, maar we constateren dat deze haar niet geholpen heeft.  Met een beginsel­vaste opstelling had ze nog meer en woestere banblik­sems moeten trotseren, maar het netto-resultaat zou hetzelfde geweest zijn, namelijk de blijvende uitsluiting.  Want ook nu, na haar knieval, is haar uitsluiting niet ongedaan gemaakt.


Discriminatie

            De broodroof van Soetkin Collier is overdui­delijk een geval van discriminatie op basis van politieke en levensbeschouwelijke overtuiging.  Gezien de vloed van nieuwe wetten en clausules die alle mogelijke vormen van discriminatie verbieden, zou men dus denken dat zij voor een rechtbank gemakkelijk haar gelijk zou kunnen halen.  Dat is niet onmoge­lijk, het verdient een poging, maar juist in België heeft de politieke klasse zich ervoor beijverd, het criterium "politieke overtuiging" uit alle anti-discriminatie-regelgeving weg te houden.  Dit met de onverholen bedoeling om maximaal tegen als rechts gebrandmerkte burgers te kunnen discrimineren.  Maar na vergeefse pogingen voor Belgische rechtbanken kan ze dan wel, over vele jaren, haar gelijk halen voor een Europees hof.
            De filosofie achter het verbod op alle discriminaties is dat alle rassen, geslachten, geaardheden, religies enz. als juridisch gelijk­waardig moeten beschouwd worden.  Onder de politieke overtuigingen gelden die van Soetkin, welke die dan ook mogen zijn of geweest zijn, als gelijkwaardig met alle andere, zolang zij tenminste niet het voorwerp van een gerechtelijk veroordeling geweest zijn.  Zelfs in een sovjetiserend rechtsbe­stel waarin bepaalde meningen, zoals racisme, strafbaar zijn, mag niemand wegens dergelijke opvattingen bestraft of benadeeld worden zolang hij niet door een rechtbank schuldig bevonden is aan het belijden van de gewraakte mening.  Welnu, Soetkin is nooit voor enig opiniedelict veroordeeld.  Zelfs in het huidige systeem had het Belgische cultuurestablishment haar niet mogen discrimineren op basis van haar vermeende politieke overtuiging.
            De Waalse cultuurmi­nister Richard Millar en de RTBF zouden kunnen inroepen dat zij onder geen enkele verplichting staan, wie dan ook in te huren om ons land op Eurosong te vertegenwoordigen.  Naast Soetkin zijn er nog miljoenen landgenoten met een blanco strafblad, en die gaan toch ook niet allemaal naar de finale in Riga?  Het is echter te laat voor dat argument, want Soetkin wás geselecteerd en niemand heeft er een geheim van gemaakt dat zij om haar vermeende overtuiging in de ban geslagen is.  De hele anti-discriminatiewetgeving, deels reeds gevestigd en deels nog in de maak, beperkt immers de vrijheid van werkge­vers om mensen te ontslaan: bij elk vermoeden van discriminatoire beweegredenen (die hier door alle betrokkenen openlijk erkend worden) kan de werkgever bestraft worden en gedwongen om de gediscrimineerde werknemer terug aan te werven.
            Polemisch gezien scoorde de minister wel toen hij uitlegde dat "Soetkin Collier tegen België en tegen Europa is en bijgevolg toch moeilijk België in Europa kan gaan vertegenwoordi­gen".  Of flaminganten "tegen Europa" zijn, wil ik betwijfelen, veeleer zijn zij tegen een bepaalde invulling van de Europese gedachte.  Hoe dan ook, het is legaal om een anti-Europese of een Vlaams-separatistische gezindheid te belijden.  Wettelijk en vanuit de antidiscriminatoire filosofie kunnen die opvattingen dus geen uitsluitingsgrond zijn.  Maar goed, mocht Soetkin vanop het podium in Riga haar anti-Belgische ideeën gaan uitdragen (je weet maar nooit waar zo'n flamingantische rioolrat­ten toe in staat zijn), dan zou dat voor België toch wel gênant zijn.  Dus wettig of niet, althans publicitair is het evident beter om zulke toestanden in een vroeg stadium te verijdelen. 
            Daar staat tegenover dat Vlaanderen er jarenlang "culturele ambassadeurs" op nahield die evenmin op hun loyauteit aan de afvaardigende instantie gescreend waren.  Anna Teresa De Keersmaeker en andere verkorenen geneerden zich niet om hun minachting voor Vlaanderen en de Vlaamse instellingen uit te spreken.  En als cultuurminister nam Bert Anciaux vooral initiatieven die Vlaanderen moesten belachelijk maken.  Vlaande­ren, dat zijn ook de Vlaamsha­tende Vlamingen, dus een representatieve culturele vertegenwoor­diging mag ook zulke nestbevuilers bevatten.  Volgens die Vlaamse redenering mag een Belgische afvaardiging ook een anti-Belgische separatiste in haar rangen tellen.  Maar men kan de Walen niet verwijten dat zij meer zelfrespect hebben dan de Vlamingen.


Foute folk

            Mensen uit de folkwereld, te beginnen met de Waalse zanger van Urban Trad, en nadien een schare van 48 muzikanten en andere cultuurbetrokkenen (“Folk is niet fout”, De Standaard, 10-3), hebben er desgevraagd op gehamerd dat folk niet in se rechts of reactionair is.  Tegelijk betreuren zij wel dat die associatie inderdaad bestaat en dat rechtse middens de folk voor hun eigen zaak trachten te recupereren.  Wat is hierover de ware toedracht?
            Dat rechtse middens de macht of zelfs maar de ambitie hebben om de folk voor eigen zaak te recupereren, behoort tot de door links gepropageerde schromelijke overschattingen van dat dronkemansmilieu.  Maar er is nu eenmaal een band tussen inheems en folk.  Tijdens een  folkfestival in Gooik was ik getuige van een interview met de organisatoren door een jong journalistje van een plaatselijk blaadje.  Hun antwoord heb ik niet nauwkeurig opgevangen, maar zijn vraag klonk als een klok: "Ik zie hier alleen blanke festivalgangers.  Is dat hier iets racistisch of wat?"  Wat hij meende vast te stellen, was dus dit: terwijl Vlamingen op het Sfinksfestival naar wereldmuziek luisteren en exotisch gaan dansen op de Antilliaanse Feesten, blijken onze knuffelmigranten zich in hun monoculturele bekrompenheid volstrekt niet te interesseren voor inheemse muziektradities.  Maar hij gaf de Vlamingen de schuld: racisme!
            De moderne herontdekking van de in de tijd van de gebroe­ders Grimm nog levende, vandaag praktisch verdwenen volkscultuur hangt samen met een volkse of, met een beladener term, völkische bewogenheid.  En die heeft zowel een "linkse", namelijk volkse, als een "rechtse" anti-moderne, anti-steedse component.  Als we ons concreet op het naoorlogse Vlaanderen toespitsen, stellen we vast dat het brandmerk "rechts" de folk pas vanaf de jaren '70 is gaan beduvelen.  Mark Grammens heeft getuigd dat jeugdige repressie­slachtoffers zoals hijzelf mekaar terugvonden in de destijds zeer succesrijke volksdansgroepen.  Deze associatie met het collabora­tiemilieu belette overigens niet dat die groepen in de jaren '60 de Israëlische volksdansen hier binnenhaalden.  Naast een politiek nationalisme bestond er immers ook een wijdverspreid nationaal gevoel, dat sympathie had voor de uitingen van nationaal gevoel van andere volkeren, van Israël tot Baskenland.  Dat Vlaamse nationale gevoel leefde ook in de mainstream-jeugdbewegingen, waarvan leden in uniform toen bv. nog in massa de IJzerbedevaart bijwoonden, en waaruit vele linkse contestan­ten voortkwamen.
            In de jaren '60, toen de "kleinkunst" bloeide, was er geen tegenstelling tussen Vlaams en nieuw-links, evenmin als in de jaren '20 van Paul van Ostayen.  Zelfs uit het repressiemi­lieu was een belangrijk segment naar links geëvolueerd, wellicht om nu vanuit een andere hoek dezelfde vijanden te bestrijden: de Belgische bourgeoisie, het Amerikaanse imperialisme.  Het bekendste voorbeeld hiervan was de al genoemde Mark Grammens met zijn Vlaamsgezind maar progressief weekblad De Nieuwe.  In dat klimaat lieten folkzangers zich op Vlaamsgezinde uitingen betrappen waaraan sommigen van hen vandaag liever niet herinnerd worden.
            Wannes Van de Velde is op zijn oude dag een verklaard belgicist, maar in de jaren '60 beviel hij wel eens van Vlaams­voelende verzuch­tingen, bv. in zijn lied over Pieter Breughel die naar Brussel terugkeert: "Dat z'hier de Geus nog brouwen, da's fijn maar dat in 't Frans nu moet zijn, dat vind'k een groot cha­grijn."  Het speelse liedje Wat heb jij vandaag op school geleerd? van de Elegasten combineerde Vlaamsgezinde en anti-autoritaire elemen­ten, typisch in de geest van Leuven Vlaams.  Het schijnt zelfs dat de links-belgicistische zanger Johan Verminnen in zijn prille jaren nog bij de Vlaamse Militanten-Orde geweest is (we verwelko­men preciseringen zijnerzijds).
            Tegen de jaren '80 werd "Vlaams" echter met "rechts" vereenzelvigd, en onder de folkzangers profileren alleen asceten die niet om een carrière geven, zich nog als Vlaamsgezind.  Anderzijds is er sindsdien ook een bloeiende rechtse rockmuziek, allerminst in de Europese genen geworteld maar blijkbaar nuttig om de etnische strijdlust op te wekken.  Laat zij dan tenminste als bewijs dienen dat er geen noodzakelijke identiteit bestaat tussen folk en rechts.


Staatsveiligheid

            Enkele perscommentatoren hebben hun bezorgdheid geuit over de rol van de Belgische Staatsveiligheid in de zaak-Soetkin.  Dat zulk een per definitie geheimdoenerige instelling zo gemakkelijk vertrouwelijke informatie lekt, is inderdaad bedenkelijk.  In dit geval bleek het lek bij de cultuurminister te zitten, maar in het verleden zijn er gevallen geweest waarin mensen van de Staatsveiligheid rechtstreeks bevriende journalis­ten of extreemlinkse activisten (die immers ook aan ficherings­werk doen) tipten.  Zo was de onthulling van de jeugdige contacten van Johan De Mol met het Front de la Jeunesse, onthul­ling die hem ongeacht verjaringstermijn zijn baan als politiecommissaris kostte, de vrucht van een combine tussen een bron bij de Staatsveiligheid en het PvdA-blad Solidair.
            Verder is er het probleem dat de juistheid van de informatie van de Staatsveiligheid niet gegarandeerd is.  Voor een rechtbank kan je maar veroordeeld worden nadat bewijzen geleverd zijn die ook na tegenexpertise of kruisverhoor door de verdediging stand blijken te houden.  In dit geval is iemand gebroodroofd en publiek vernederd op basis van informatie die  gedeeltelijk onjuist en volledig achterhaald bleek, en die in ieder geval niet het voorwerp geweest is van een beoordelingsprocedure waarin ook de betrokkene gehoord werd.  Een Kafkaiaanse toestand, hier is de rechtsstaat zelf in het geding.
            Stellen we tenslotte vast dat de Vlaamse politieke klasse, op de machtelozen van het Vlaams Blok en de Nieuw-Vlaamse Alliantie na, niets gedaan heeft om Soetkin Collier en de met haar in het geding gebrachte rechtsbeginselen te verdedigen.  Enkele perscommentatoren en mede-muzikanten hebben het voor Soetkin opgenomen, meestal echter zonder de fundamentele pijnpunten van dit dossier aan te kaarten.  Niemand heeft bv. gewezen op het contrasterende feit dat de staatszender tal van PvdA-kandidaten (Dirk Tuypens, Lucas Catherine e.a.) te werk stelt, mensen die zich als volwassene veel dieper in het politiek extremisme engageren dan Soetkin ooit als tiener gedaan heeft; of dat Chris Dusauchoit, de would-be moordenaar van Pim Fortuyn (“one down, twenty to go”) ongestoord op het scherm blijft komen. 
Het juiste forum om minister Millar over zijn onwettig discriminatoir gedrag aan te pakken, was de Wetstraat.  Het was aan de Vlaamse politici om het recht van een Vlaamse zangeres op een Vlaams engagement te verdedigen.  Stel je voor dat de Vlaamse omroep een linkse Waalse zangeres zou wraken, je zou wat meemaken.  Nee, Vlaanderen komt niet al te glorieus uit het incident-Soetkin.  Aan zijn politici te oordelen, is dit een eerloos en verachtelijk volk.






Sovjetisering
Interview door 't Scheldt met Koenraad Elst over linkse laster en de zaak Soetkin

(10 maart 2003; enkele dagen nadien verschenen in ‘t Scheldt)

In de hetze van De Morgen tegen Soetkin Collier en haar vroegere groep Laïs kwamen we terloops ook de naam tegen van onze vriend dr. Koenraad Elst.
Die sprak in 1997 op een congres van de Werkgroep Traditie, waar ook een Vlaamse folkgroep optrad.  Heel erg fout dus.  De tekst van zijn lezing vonden we terug op :
http://koenraadelst.bharatvani.org/dutch/heidpol.pdf .  Politiek niets op aan te merken: het is een kritiek op de nationalistische of "identitaire" recuperatie van oude tradities.  Maar De Morgen omschrijft Elst als "'islamkenner' van het Vlaams Blok". Zelfs voor dit welingelichte blad was dat nieuws, dus we vroegen hem om uitleg:

"Geeuw.  Die kwakkel gaat al tien jaar mee.   Nee, ik ben nooit formeel noch informeel bij het VB geweest.  Ik heb ooit een aanbod afgeslagen om
voor hun studiedienst te komen werken, telt dat mee?  Destijds heb ik in diverse media op dat praatje gereageerd, maar zoals je ziet haalt dat weinig uit.  Al is de waarheid nog zo snel, de leugen start met een voorsprong.  Die ochtendkrant neemt trouwens ook na ontmaskering nooit haar lasterpraatjes terug, bv. die tegen notaris X, Achille Moerman of professor Urbain Vermeulen.  Alleen voor de kwakkel over het geld van Didier Reynders heeft kaviaarlinkse Yves Desmet zich heel diep verontschuldigd, maar Reynders was dan ook minister en in een positie om hard terug te slaan.  ‘De Morgen durft’, jazeker: hij durft in het stof kruipen voor de machtigen en trappen op de rest."

Wat denkt U dan over de islamvisie van het VB?

"De partij heeft gelijk, de islam te zien als een bron van heel specifieke problemen, niet herleidbaar tot werkloosheid of taalonkunde.  Veel bredere kringen in de samenleving zijn inmiddels tot hetzelfde inzicht gekomen, mede op aangeven van ex-moslims als Ibn Warraq of Ayaan Hirsi Ali.  Zelfs Rudi Rotthier van De Morgen beseft nu dat de islam veel ellende veroorzaakt.  Toch was het VB-standpunt over de oplossing van dat probleem destijds tegengesteld aan het mijne.  De partij wilde bv. aparte scholen om de moslims moslim te houden en hen nadien terug te sturen, ik pleitte toen zoals nu voor hun algehele assimilatie, de normale gang van zaken bij immigraties.  Intussen is het Blok aanzienlijk geëvolueerd: het aanvaardt naast de optie 'opkrassen' nu ook de optie 'aanpassen'.  Als evolutie in het denken op intelligentie wijst, dan is het Blok er beter aan toe dan diegenen  wier wereldbeeld in een eeuwig 1945 vastgevroren lijkt,-- zowel antifa’s als bepaalde kringen rechts van het Blok.  Die kringen sympathiseren overigens met de islam, zogezegd hun bondgenoot tegen de VS-zionistische hegemonie.  En bij de Blok-kiezer aan de toog hoor je van: 'Islam goed en wel, maar ze moeten ermee in Arabië blijven.'  Welnee, laat ze ook in Arabië maar snel de islam ontgroeien."
 
Een Spaanse webstek, jawel, beweert op gezag van “Jan De Zutter, Alexandrijns Wicca-hogepriester en journalist bij De Morgen” (en vandaar opgeklommen tot goeroe van Steve Stevaert), dat U uit de Werkgroep Traditie gezet bent wegens izquierdista, te links.  Hebben de begrippen links/rechts eigenlijk nog zin?

“In die Werkgroep was ik sowieso maar een ‘deelnemend waarnemer’, want mijn geestelijke mosterd heb ik in het Oosten gehaald, niet in de heimattraditie.  Dat ‘buitengezet’ laat ik voor rekening van de genoemde hogepriester, maar er waren wel meningsverschillen tussen de subcultuur van de Oostfronterskinderen en gewone mensen als ik.  Wat ‘links’ betreft, ik heb zoals zovelen een marxistische fase doorgemaakt en daarvan is wel wat blijven hangen.  En natuurlijk behouden de begrippen links en rechts hun betekenis.  Dat ontkennen geldt trouwens zelf als rechts, naar het woord van de Franse filosoof Alain: ‘Wie links en rechts achterhaalde termen noemt, is zeker niet links.’  Een begrippenpaar dat wél vervaagt is fascisme/antifascisme.  Volgens Oriana Fallaci zijn er twee soorten fascisten: de fascisten en de antifascisten.  Neem nu de antifa-betoging na de jongste Zwarte Zondag, die eindigde met een aanval op de joodse wijk.  Met zulke antifascisten heb je geen fascisten nodig.”

Commentaar op de zaak-Soetkin?

"Ik voel met haar mee, ik weet wat het is om wegens een ideologisch brandmerk gedisinviteerd te worden.  Tegen die sluipende sovjetisering van onze samenleving kan je als eenling weinig beginnen, tenzij ‘in waarheid leven’, zoals Vaclav Havel het noemde.  En net als in het oude Oostblok berust de macht van onze linkse heksenjagers deels op de medeplichtigheid van de bange burgers.  Met name onze politici zijn in dit soort dossier gewoon poedels van extreemlinks.  Ook bij het opgejaagd wild is de angst groot: zij trachten zichzelf de banvloek te besparen door alle banden met rechts te ontkennen, maar daarmee verstrikken zij zich alleen dieper in het net dat links voor hen gespannen heeft.  De Laïs-zangeressen beweren dat ze Soetkin destijds uit hun groep gezet hebben wegens te rechts, maar nu staan ze zelf te kijk als kuikens uit een rechts nest.  Soetkin zegt dat ze de van huis uit meegekregen xenofobie afgezworen heeft.  Haar poging om zich te rehabiliteren door haar ouders te verketteren zal haar belagers wel plezieren.  Niets zo lollig voor een kat als een muis die hoopt te ontsnappen.  Wat niet wegneemt dat Soetkin wel de waarheid zal spreken: het komt vaker voor dat iemand in zijn besloten milieu de allochtonen alleen via een opgeklopt vijandbeeld kent maar na persoonlijke ontmoetingen zijn xenofobie ontgroeit.  Haar inzet om Nederlands aan vreemdelingen te onderwijzen zal voor haar vervolgers echter niet volstaan als bewijs.  Er zijn immers wel meer rechtse rakkers die dagelijks en hartelijk met vreemdelingen omgaan.  Nu je het zegt: ik ga zelf dagelijks en hartelijk met vreemdelingen om, en je ziet wat het mij oplevert.”